In een interview met Het Laatste Nieuws lanceert Vlaams Minister van Sport Ben Weyts (N-VA) de idee om een plafond in te voeren voor vergoedingen in het amateurvoetbal. “Gaan we elkaar blijven de das omdoen? Of gaan we proberen elkaar recht te houden en naar boven te trekken?”, laat de minister verstaan.

De minister vindt dat de omstandigheden van de coronacrisis een geschikt moment zijn “om zaken te veranderen”.

“Veel clubs hebben hun hand overspeeld”, meent Weyts die van mening is dat ze “zichzelf en elkaar de das omgedaan hebben”. Door een opbod te organiseren voor spelers en die daarvoor veel te betalen is volgens Weyts niet altijd als een ‘goede huisvader’ gehandeld.

Daarom pleit de Vlaamse minister van sport dat bij amateurclubs de regel moet gelden om “een gezond beleid voeren en de kosten drukken”.

Plafonds op uitgaven afdwingen via ‘financiële wortel voor de neus’

Weyts denkt daarbij aan het plafonneren van de uitgaven voor spelers. Hij wil dat clubs rekening houden met “de financiële draagkracht” van een ploeg. Juridisch is dat niet afdwingbaar. Maar volgens onze bronnen werkt hij aan een systeem waarbij clubs die de regels volgen een soort wortel voor de neus gehouden krijgen.

Wie de regels respecteert, zal daar een financiële beloning voor krijgen. Wie die niet respecteert behoudt die vrijheid, maar ziet dan een aantal voordelen aan zijn neus voorbijgaan. De Vlaamse sportminister hoopt zo dat er een regulerend effect voor de hele markt ontstaat.

Of die amateurclubs daar allemaal in zullen meestappen valt af te wachten. Maar dat is wellicht niet de ambitie. Dergelijk initiatief vraagt “enige boekhoudkundige openheid” van amateurclubs, beseft ook de minister van Sport. 

De Vlaamse regering heeft intussen al zo’n 87 miljoen euro toegekend aan de lokale besturen, voor investeringen in cultuur en jeugd. De prioriteit daarvan moest wel bij sport liggen. Ook de Vlaamse sportfederaties kregen al 7 miljoen euro steun.

Samen met Vlaams minister van Economie Hilde Crevits (CD&V) werkt de N-VA minister aan een initiatief rond financiële steun. Daarover zal hij eind deze week of begin volgende week meer in detail vertellen. 

De minister omschrijft het plan als “een reddingsboei voor clubs die kunnen bewijzen dat ze in se gezond zijn maar door de coronacrisis veel recurrente kosten hebben zonder dat daar inkomsten tegenover staan”.

Dat plan is dus vooral een gerichte en selectieve ondersteuning. Toch laat Weyts al wat in zijn kaarten kijken: “Het is niet onze bedoeling om clubs die al onleefbaar waren een tijdje langer in leven te houden. Dat zijn palliatieve zorgen – dat is zinloos.”