Er rijzen opnieuw twijfels over de aankoop van miljoenen stoffen mondmaskers voor de Belgische bevolking. Met name over de authenticiteit van de aankoopreferentie die destijds gebruikt is door de firma die de aanbesteding won. Volgens toenmalig minister Goffin (MR) ging dat om een referentie aan een ‘andere’ staat. Uit informatie waarover Het Laatste Nieuws beschikt blijkt de factuur echter afkomstig te zijn van ‘Bright Periods Consulting’, een vennootschap op Mauritius. Het opsporingsonderzoek door de antifraudedienst van de Federale Politie is nog steeds bezig. En er loopt ook nog een procedure tot annulatieberoep bij de Raad van State. 

Even terugblikken. In juni vorig jaar bestelde het Belgische leger 18 miljoen stoffen mondmaskers voor een bedrag van ca. 45 miljoen euro. 15 miljoen stuks zijn aangekocht bij een tot dan toe compleet onbekende Luxemburgse firma. 

De voorbije maanden stapten een aantal firma’s die zich benadeeld voelden naar de Raad van State en vroegen de schorsing van de aanbestedingsbeslissing. Het merendeel van die procedures is afgewezen.

Toch bevestigt de zaakvoerder van één Waalse firma aan SCEPTR dat ook die administratief-juridische strijd nog niet volledig is afgelopen. Een uitspraak is pas verwacht tegen september van dit jaar. 

Onderzoek bij antifraudecel loopt nog

Ook loopt er nog steeds een onderzoek bij de antifraudecel (CBDC) van de federale politie. De cruciale vraag gaat over de authenticiteit van een factuur die dienst deed als verkoopsreferentie voor de leverancier.

Alle leveranciers moesten zo’n bewijs kunnen voorleggen van minimaal één gerealiseerde verkoop van 250.000 mondmaskers. Diverse leveranciers werden door defensie expliciet afgewezen omdat hun verkoopsreferentie niet voldeed.

Dat zowel defensie als de leverancier geheimzinnig blijven doen over de naam van de klant blijft vragen oproepen.

Minister van Defensie Goffin verwijst in de Kamer naar een ‘verkoopsreferentie’ aan een andere staat

Op 5 mei antwoordde toenmalig minister van Defensie Philippe Goffin (MR) in de Kamer op een mondelinge vraag van Kamerlid Freilich: “Het bedrijf stuurde ons een referentie voor de levering van één miljoen mondmaskers aan een andere staat.”

Maar de vraag welke staat dit precies is ontwijken zowel defensie als de leverancier al sinds mei vorig jaar. “Onze klant wil niet bekendgemaakt worden.” klinkt het bij het bedrijf. Er zou contractuele geheimhouding zijn afgesproken. 

Maar waarom? Wie vandaag de, overigens nauwelijks actieve, sociale media accounts van het bedrijf bekijkt merkt dat het bedrijf wel pronkt over de Belgische mondmaskerdeal als referentie. Of is dat enkel voor de schijn?

Defensie controleerde de referentie van Avrox niet: waarom deden ze dat wel bij andere bedrijven?

Het Laatste Nieuws onthulde vandaag dat in het dossier van Defensie geen factuur aan een overheid zit. Wel zou er een factuur van een bestelling van één miljoen maskers zijn aan Bright Periods Consulting. Dat is een vennootschap gesitueerd op het eiland Mauritius. Sinds hun verhuis vanuit Ibiza gebeurt het beheer door de managementvennootschap ‘Legacy Capital.’ Dergelijke constructies vaak als schermvennootschap om de identiteit van de echte aandeelhouders te verbergen. Uit het handelsregister van Mauritius blijkt dat de toenmalige directeur een zekere Flavio De Gos Barra was.

Toen Het Laatste Nieuws bij Defensie verder aandrong de naam van de overheid bekend te maken aan wie zou geleverd zijn, klonk het dat ze “die info niet mogen meedelen.” Bij defensie verwijst men naar de controle van het Rekenhof. Begrijpelijk, maar het Rekenhof controleert echter enkel de vormelijke formaliteiten van zo’n dossier. Het heeft uiteraard niet de bevoegdheid om de authenticiteit van de referenties of documenten te onderzoeken aan de hand van politioneel onderzoek.

Die controle van de referenties was een taak van defensie. Maar vandaag blijkt dat het ministerie van Defensie toegeeft aan Het Laatste Nieuws dat controle van die authenticiteit, niet kon worden uitgevoerd.” Waarom dit niet kon gebeuren blijft een raadsel.

Nochtans is het beschikken over een geldige, betrouwbare referentie één van de basisvoorwaarden om aan de overheidsopdracht deel te nemen. Dat Defensie dat niet kon onderzoeken is op zijn minst opmerkelijk. Te meer daar er diverse kandidaten zijn afgewezen op basis van dit criterium.

Radiostilte bij Defensie en mondmaskerleverancier

Bij de leverancier die de mondmaskers mocht leveren verwijst men steevast door naar defensie: “Wij hebben aan Defensie alle referenties geleverd die nodig waren. Zij hebben alle info ontvangen, maar wij kunnen die niet met u delen.”

Het onderzoek van Het Laatste Nieuws wijst echter uit dat er ook een adres te vinden is op het eiland Mauritius op naam van een bestuurder van de Luxemburgse mondmaskerleverancier. Bovendien bevindt dat adres zich vlakbij waar Bright Periods Consulting gevestigd is. Opnieuw een element dat vragen oproept.

SCEPTR meldde vorig jaar al dat er door een van de geweigerde kandidaten een klacht is ingediend bij de CBDC door een andere deelnemer. Als dat onderzoek op één of andere manier zou uitwijzen dat die factuur niet echt is, dan is er mogelijk sprake van valsheid in geschrifte. 

De juridische gevolgen daarvan kunnen groot zijn. Maar zover is het nog niet. Naar aanleiding van de nieuwe informatie die vandaag bekend raakte kondigde N-VA Kamerlid Michael Freilich via sociale media alvast aan een aantal mondelinge vragen te zullen stellen aan de minister van Defensie en de minister van Justitie.

Wellicht zal het toch wachten zijn op het resultaat van zowel de lopende procedure bij de Raad van State als op het opsporingsonderzoek om te kunnen uitmaken of er al dan niet nog een juridisch staartje komt aan de mondmaskersaga.