Vluchtelingenorganisaties maken zich zorgen over de beperkte toegang tot coronavaccins voor vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten. Ze vrezen dat vluchtelingen in Syrië, Jemen of Irak pas laat een vaccin zullen kunnen krijgen. “Regeringen moeten de moed hebben om ook buiten de grenzen te kijken”, klinkt het bij Unicef.

“Internationale solidariteit is nu erg belangrijk”, zegt Geert Cappelaere van Unicef aan VRT NWS. “Alle landen zijn bezorgd om hun eigen bevolking en daardoor is er een wedloop aan de gang om de vaccinatie van die bevolking rond te krijgen. Maar we moeten beklemtonen dat die wedloop niet ten koste mag gaan van de vluchtelingen, die ook nood hebben aan die vaccinatie.”

Volgens Unicef zijn er wel degelijk vaccins aangeboden. “Zo heeft Rusland bijvoorbeeld vaccins aangeboden aan Syrië, maar dat zijn vaccins die door de internationale organisaties nog niet geratificeerd zijn. Daardoor blijft het wachten op vaccins die internationaal echt goedgekeurd zijn voor gebruik.”

“De vaccinatie in de vluchtelingenkampen zal dus afhankelijk zijn van de internationale politiek en de internationale solidariteit”, benadrukt Cappelaere. “Als de vaccins beschikbaar zijn, kunnen de vluchtelingenorganisaties de verdeling daarvan wel aan, die logistieke opdracht is het probleem niet.”

“Het zal wel afhangen van een grote dosis politieke moed. Regeringen moeten de moed hebben om niet enkel vaccins voor de eigen bevolking ter beschikking te hebben maar ook om buiten de grenzen te kijken. Want het virus stopt niet aan die grenzen”, besluit hij.