De gebeurtenissen van 6 januari in Washington DC worden intussen in de media afgebeeld als een unieke daad van anti-democratisch geweld en zelfs een poging tot staatsgreep.

Tot verbazing van niemand ter rechterzijde wordt er door politici vlot gegeneraliseerd en zelfs met de vinger gewezen naar Europese conservatieve partijen die hier niets mee te maken hebben. In deze context is het interessant om het collectieve geheugen op te frissen en wat perspectief te brengen.

Protesten in het Capitool in 2018 en Black Lives Matter

Ten tijde van de linkse agitatie tegen de benoeming van conservatieve opperrechter Brett Kavanaugh in 2018 drongen honderden linkse activisten binnen in het Capitool om er urenlang politici en medewerkers lastig te vallen. Ze bezetten onder andere het bureau van een van de senatoren (Chuck Grassley). Uiteindelijk werden 56 personen gearresteerd door de ordediensten. Een maand later probeerden ze het opnieuw en werden er 300 gearresteerd. Er werd niemand neergeschoten.

Maandenlang werden Amerikaanse steden in 2020 het toneel van straatgevechten tussen de ‘BLM’- en ‘Antifa’-knokploegen en de ordediensten. In Seattle werd zelfs een ‘autonome zone’ opgericht die zichzelf onafhankelijk verklaarde (na een moord en een verkrachting kwam de politie uiteindelijk toch tussenbeide). Een gerechtsgebouw werd omsingeld en bijna in brand gestoken terwijl er nog personeel aanwezig was. Er werd grote schade aangebracht aan publieke gebouwen maar ook ontelbare privé eigendommen gingen in vlammen op. In een intussen legendarisch live verslag sprak een CNN medewerker van “grotendeels geweldloze protesten” terwijl op de achtergrond auto’s en gebouwen in brand stonden. Hoewel de overgrote meerderheid van Trump aanhangers aan het Capitool op 6 januari duidelijk ook geweldloos waren, wordt dit echter over het algemeen niet benadrukt in de media.

Oproepen tot geweld

President Trump riep tijdens de inval in het Capitool op 6 januari in een video boodschap op om “terug naar huis te gaan”. Hij tweette ook om de ordediensten te steunen en vredelievend te blijven. Dit komt echter niet veel aan bod in de media. De boodschap van de Democraten de afgelopen vier jaar was soms minder duidelijk. Afgevaardigde Maxine Waters riep op om Trump’s medewerkers lastig te vallen tijdens een restaurantbezoek. Vice-President-Elect Kamala Harris riep op om de BLM protesten vol te houden, en zei dat ze een essentieel onderdeel waren van de vooruitgang, hoewel ze het geweld van enkelingen gelukkig wel veroordeelde. Afgevaardigde Ayanna Pressley riep op om politieke tegenstanders onder druk te zetten met straatprotesten. 

Het binnendringen van enkele militanten in een overheidsgebouw een unieke gebeurtenis noemen, of zelfs een echte ‘staatsgreep’, lijkt dus wat overdreven. Wat deze tragische gebeurtenissen ons vooral leren is enerzijds hoezeer de klassieke media een zeer selectief geheugen hebben en hun berichtgeving aanpassen in functie van hun eigen politieke agenda, en anderzijds hoe erg gepolariseerd en gevaarlijk het politieke debat in de VS is geworden. Of we het in Europa qua gewelddadige protesten zoveel beter doen is onduidelijk: denken we maar aan de ‘Gilets Jaunes’ protesten in Frankrijk, de ‘no-go’-zones of de regelmatige aanvallen op ordediensten in Brussel, om maar enkele voorbeelden te noemen.