Bijna de helft van de Belgen die terugkomt van vakantie uit een rode zone laat zich ondanks de verplichting niet testen. Toch lijken ze niet meteen te moeten vrezen voor een boete, in de politiek wijst men immers naar elkaar. 

Sinds enkele weken is het voor Belgen verplicht om je bij terugkomst naar ons land te laten testen indien je uit een rode zone komt. Tussen 4 en 24 januari kwamen iets meer dan 68.000 Belgen terug uit zo’n rode zone, maar daarvan lieten er meer dan 28.000 zich niet testen, goed voor bijna 42%. Naar alle waarschijnlijkheid is dat zelfs nog een onderschatting. 

In theorie riskeren mensen die de regels aan hun laars lappen een boete van 250 euro, maar in de praktijk blijken overtreders daar niet echt voor te vrezen. Op het federale niveau wijst men naar het Vlaamse niveau, en naar de lokale besturen. Niemand lijkt te weten wie er nu echt bevoegd is. “De controle op testing en het naleven van quarantaine zijn een Vlaamse bevoegdheid“, stelt het kabinet van federaal minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) in een reactie aan HLN. 

Justitieminister Vincent Van Quickenborne (Open Vld) geeft toe dat er onduidelijkheid is over de opsporing en bestraffing van reizigers die zich niet aan de regels houden. “Sinds de omzendbrief van 19 januari is het niet naleven van de verplichte quarantaine en coronatest inderdaad strafbaar”, klinkt het. “Daarvoor zijn de lokale besturen verantwoordelijk. Voor mensen een boete krijgen, er eerst met hen gepraat wordt om de maatregelen toch te volgen. Pas wanneer ze volharden, volgt de boete.”