Kent u Funda Oru? Die is blijkbaar ondervoorzitter van de SP.A Ik heb het moeten googelen. Ik volg de politiek beroepsmatig, maar ik zou ook niet kunnen zeggen wie de ondervoorzitters zijn van VLD, CD&V, Vlaams Belang of Groen. De reden is dat partijondervoorzitters zelden enige politieke rol van betekenis spelen. De functie wordt toegekend om symbolisch tegemoet te komen aan een of ander intern machtsevenwicht, om iets te gunnen aan een verdienstelijk persoon of om aan ‘diversiteit’ te doen (zoals in het geval van Funda Oru).

De verkiezing, volgende week, van twee ondervoorzitters van de N-VA, wordt een uitzondering op die regel. De partij staat op een tweesprong. De topfiguren die nu naar die functie dingen zijn herkenbare vertegenwoordigers van de verschillende meningen in de partij over de vraag waar het nu heen moet.

De partijraad van de N-VA, die de ondervoorzitters zaterdag zal verkiezen, is een merkwaardig ding. Het is een heel democratische instelling. Er wordt vaak gestemd en bij die stemmingen wordt de partijleiding zelfs regelmatig in het ongelijk gesteld. Toegegeven, die stemmingen gaan meestal over formaliteiten, zoals bijvoorbeeld de statuten (iets dat de partijraad zeer ernstig neemt). En sommige belangrijke politieke beslissingen worden op het einde van de vergadering genomen, op ongeagendeerd voorstel van iemand van de top, terwijl de leden hun jas reeds hebben aangetrokken en halfweg naar de uitgang zijn. Maar wanneer er moet gestemd worden, kan de partijraad heel eigenzinnig zijn, weet de partijtop.

De vleugels

De N-VA heeft twee ondervoorzitters. Momenteel zijn dat Lorin Parys en Cieltje Van Achter. Op 6 februari beslist de partijraad wie de volgende vier jaar die functie zal bekleden. Vandaag is bekend gemaakt dat er zes kandidaten voor de posten zijn: Anneleen Van Bossuyt, Kathleen Depoorter, Lorin Parys, Assita Kanko, Theo Francken en Valerie Van Peel. Wie denkt dat de uitslag al achter de schermen bedisseld is, snapt weinig van de interne werking van de N-VA. Het feit dat deze zes niet voor elkaar achteruitgaan en het tot een risicovolle verkiezing laten komen, toont aan dat de partij verdeeld is.

Het is geen geheim dat de N-VA op de sukkel is. De partij die nog niet zo lang geleden meer dan 30% van de Vlaamse kiezers achter zich kreeg, is in de laatste peiling al onder de 20% gedaald. Vergeet plafonds en bodems in de partijpolitiek van vandaag. Electoraal succes is veel volatieler dan in het verzuilde Vlaanderen van voorheen. De N-VA is heel snel van 3% naar 30% gegaan en de omgekeerde beweging kan even snel verlopen. Als de partij er niet in slaagt een richting te kiezen, zal de aftakeling zeker verdergaan. Als ze zaterdag de verkeerde richting kiest, kan de instorting zelfs nog sneller gaan.

Francken en Kanko behoren tot de rechtervleugel die niet bang is voor concurrentie met het Vlaams Belang. Parys, daarentegen, heeft in een recent interview aangegeven dat zijn partij naar het centrum moet uitzwenken. Ook Valerie Van Peel behoort eerder tot de linkervleugel.

De verkiezingen tussen deze vier topfiguren wordt dan ook noodzakelijk een keuze over de toekomstige marsrichting. Ik ga er dan gemakkelijkheidshalve van uit dat de minder bekende Van Bossuyt en Depoorter weinig kans maken.

Francken en wie nog?

Eén ding staat daarbij als een paal boven water: de N-VA kan zich niet permitteren níét voor Theo Francken te kiezen. Als de populairste politicus van de partij zelfs geen gedeeld ondervoorzitterschap zou gegund worden, zou dat een grote vernedering zijn en de gevolgen niet te overzien. Bovendien is er de zaak Kucam, die door de pers en de andere partijen recentelijk gebruikt werd in een poging Francken te beschadigen. Als hij zaterdag niet haalt, zou dat de indruk wekken dat zijn partij hem over die kwestie laat vallen.

Als we aannemen dat zelfs de eigenzinnige partijraad van de N-VA redelijk genoeg is om te beseffen dat een niet-verkiezing van Francken de partij in haar grootste crisis zou storten sinds haar oprichting, blijft de vraag wie zijn collega-ondervoorzitter wordt. Als dat Valerie Van Peel (of, minder waarschijnlijk, Lorin Parys) wordt, zijn de verkiezingen een maat voor niets. Het is nochtans de meest waarschijnlijke uitkomst. Politieke collectieven kiezen bijna altijd voor de weg van de minste weerstand, in casu het ideologische compromis. Helaas voor de N-VA betekent dat een keuze om verder weg te zinken in het moeras van besluiteloosheid en onduidelijkheid.

De Gentse Anneleen Van Bossuyt zou een interessantere optie zijn dan Van Peel of Parys. Ze heeft geen duidelijk ideologisch profiel, maar dat zou nauwelijks opgemerkt worden in het licht van de verkiezing van Francken.

Het ideale duo zou niettemin Francken-Kanko zijn. Assita Kanko is geen vriend van politieke correctheid, ze is niet verlegen om de problemen rond de islam te benoemen en haar moed om als zwarte vrouw in te gaan tegen de hysterie in de nasleep de zaak George Floyd was opmerkelijk. Kanko is een interessante politieke figuur die de N-VA ook figuurlijk kleur kan geven.

Sommigen in de partij zijn echter defaitistisch geworden over een territoriumstrijd met het Vlaams Belang. Heel wat kaderleden, vaak met een Volksunie-verleden en niet helemaal representatief voor het huidige electoraat van de partij, verkeren ook in de illusie dat de partij tegelijk electoraal interessant én fatsoenlijk genoeg voor de pers en de traditionele partijen kan zijn. Lorin Parys heeft de verdienste dat hij een duidelijke stem heeft gegeven aan die groep. Hij heeft ook gelijk dat een duidelijke rechtse koers, in het bijzonder inzake migratie, verhindert dat de N-VA ooit salonfähig genoeg zal zijn om te kunnen functioneren als een normale beleidspartij. Maar hij vergist zich schromelijk over het electoraat van zijn eigen partij. De N-VA is vrijwel exclusief ter rechterzijde groot geworden. Als ze niet meer geïnteresseerd is in dat electoraat wacht niet alleen een beetje stemmenverlies, maar de kiesdrempel. Het verbaast mij telkens weer dat dit niet voor elkeen evident is.