Een twintiger, uit Anderlecht was er met zijn vader die marktkramer is op een overdekte markt en droeg daarbij geen geen masker. De politie verbaliseerde hem.

De man aanvaardde de minnelijke schikking niet en trok naar de rechtbank. De rechter gaf hem gelijk en oordeelde dat het overal en altijd verplichten van een mondmasker “buitenproportioneel is en in tegenspraak met het universeel recht op vrijheid van beweging”.

Mondmaskerplicht is een plicht die per wet dient geregeld te zijn en niet per ministerieel besluit oordeelde de rechter. De mondmaskerverplichting noemde hij ongrondwettelijk.

Het vonnis schept een precedent want het is de eerste keer dat een rechtbank de mondmaskerplicht toetst aan de grondwet. Andere rechters kunnen zich hierop baseren. Aangezien het vonnis is uitgesproken op 12 januari heeft het parket nog tot 12 februari om beroep aan te tekenen.