De Antwerpse vzw Moeders voor Moeders, onder meer bekend van de vondelingenschuif, mag vrouwen niet langer verplichten hun hoofddoek af te nemen in bepaalde delen van het gebouw. Dat schrijft Het Laatste Nieuws. Gelijkekansencentrum Unia trok naar de rechter om het hoofddoekenverbod aan te klagen.

Moeders voor Moeders zet zich in voor hulpbehoevende gezinnen en is onder meer bekend van de vondelingenschuif. Bij het bedelen van voedselpakketten mogen moeders wachten in de dagzaal. Een interne regel bepaalt dat moslimvrouwen hun hoofddoek in die ruimte moeten afnemen. Doen ze dat niet, dan moeten ze wachten in een aparte kleinere wachtruimte.

Het hoofddoekenverbod werd in 1996 ingevoerd omdat het groeiende aantal vrouwen met hoofddoek ervoor zorgde dat andere moeders zich niet meer thuis voelden en afhaakten. De vzw wilde met het hoofddoekenverbod in de dagzaal een oplossing vinden waardoor beide groepen alsnog terecht konden bij de organisatie.

“Islamofobe gevoelens van sommige moeders”

Gelijkekansencentrum Unia vond de regel discriminerend, met name omdat er diensten worden aangeboden in dagzaal waartoe de vrouwen in de wachtruimte geen toegang hebben. Het gaat onder meer om een cafetaria en een badje en warme maaltijd voor baby’s.

De burgerlijke rechtbank van Antwerpen geeft Unia nu gelijk en oordeelde dat vrouwen met hoofddoek ongunstiger behandeld worden. Het argument dat Moeders voor Moeders aanvoerde, namelijk zorgen dat niet-islamitische moeders zich thuis konden voelen, berust volgens de rechter op “islamofobe gevoelens van sommige moeders”.

De organisatie moet het reglement aanpassen en vrouwen met een hoofddoek onmiddellijk toegang geven tot de volledige hulpverlening. Per vastgestelde inbreuk moet de organisatie een dwangsom van 500 euro betalen.