Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat vingerafdrukken op de elektronische identiteitskaart geen inbreuk doen op de privacy. Privacyjurist Matthias Dobbelaere-Welvaert, die geld inzamelde en de zaak opstartte, reageert teleurgesteld op twitter.

“Dat is dan dat”, klinkt het. “Als het Grondwettelijk Hof in deze zaak geen schending ziet van de privacy, dan vrees ik voor elke andere privacyzaak in de toekomst. Vandaag is een uitermate trieste dag voor de privacy van alle burgers in dit land. Bijzonder, bijzonder teleurgesteld.” Dobbelaere-Welvaert haalde met zijn stichting ‘Ministry of Privacy’ in totaal 26.000 euro op voor de zaak.

(Lees verder onder de tweet)

Het Grondwettelijk hof oordeelt dat de inmenging in het recht op eerbiediging van het privéleven en op bescherming van persoonsgegevens, redelijk verantwoord wordt door het doel identiteitsfraude te bestrijden. “Zij heeft daarenboven geen onevenredige gevolgen voor de rechten van de betrokken personen, rekening houdend met de waarborgen. Bij de bepaling wordt immers geen centraal register van de vingerafdrukken van alle houders van een identiteitskaart ingevoerd”, aldus het Hof.

Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) besliste in 2018 om de digitale vingerafdrukken toe te voegen aan de elektronische identiteitskaart. Wanneer nu een nieuwe identiteitskaart wordt aangevraagd, is het in principe de bedoeling de vingerafdruk toe te voegen. In 2020 ontvingen ongeveer 53.000 Belgen een vernieuwde identiteitskaart met hun vingerafdruk.