Het handelsakkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk wordt niet met applaus ontvangen door de Britse visserijsector. Visserij was al vanaf het begin een gigantisch grote twistappel om tot een goed akkoord te komen. Het werd zelfs zo’n moeilijke appel om te verteren, dat Vlaanderen een charter uit 1666 wilde inzetten in de onderhandelingen. Nu er eindelijk een akkoord is, zouden de vissers wel eens roet in het eten kunnen gooien. Ze zijn namelijk diep teleurgesteld.

Barrie Deas, de voorzitter van de Nationale Federatie voor Vissersorganisaties, vertelde aan het Britse persagentschap Reuters hoe de vissers denken over het akkoord. “De visserijsector is diep teleurgesteld dat er het allemaal niet duidelijker is. Het is een beetje een façade.”

De Britse premier, Boris Johnson, meldde donderdag dat er een transitieperiode komt van vijf en een half jaar voor de vissers van de Europese Unie. Het VK wilde eerder die transitieperiode beperken tot drie, maar de Europese Unie wilde veertien jaar. De Unie en het Koninkrijk hebben dus ergens in het midden afgesproken, waar de Britse vissers niet blij mee zijn.

“Er zal veel frustratie zijn,” zegt Deas. Zeker omdat Europese vissers op 6 mijl (ongeveer 10 kilometer) mogen vissen van de Britse kust. Dat is slechts de helft van de 12 mijl (ongeveer 20 kilometer) waarop de Britse visserijsector had gehoopt.

Het pro-Brexitkamp noemt de visserij een symbool van soevereiniteit en onafhankelijkheid. Het Verenigd Koninkrijk is al eeuwen een zeemacht waarin visserij centraal staat. Britse wateren moeten dus in de eerste plaats voor Britse vissers zijn. Ze vinden het onaanvaardbaar dat EU-lidstaten daar dus vissen. Het Britse zeegebied is echter belangrijk voor landen zoals Frankrijk, Nederland, België… Als de visserijsector zich te veel verzet, zou het kunnen dat over punt opnieuw moet worden onderhandeld: een gevaar voor het handelsverdrag dus.