Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) vindt het inzetten van drones om te controleren of mensen de coronamaatregelen respecteren te vergaand. Dat heeft hij gezegd in ‘De zevende dag’. “Niemand heeft zaken met wat er gebeurt in uw huis en in uw tuin”, klinkt het bij de minister.

Van Quickenborne beklemtoont dat hij voor het gebruik van nieuwe technologie is, maar binnen de principes van de rechtstaat. “Een drone maakt geen onderscheid tussen het publiek domein en het privaat domein, zoals een tuin. In onze grondwet staat dat het huis onschendbaar is, inclusief de tuin. Niemand heeft zaken met wat er gebeurt in uw huis en in uw tuin. Dus ofwel geef je iemand de toestemming om je huis te betreden, ofwel gebeurt het met toestemming van het gerecht.”

“Als een drone gebruikt wordt in het kader van een gerechtelijk onderzoek, bijvoorbeeld om een drugslab op te sporen met warmtesensoren, dan kun je dat doen. Ik vind het persoonlijk een stap te ver dat de politie nu drones zou gebruiken als algemeen middel, enkel om overtredingen tegen de coronamaatregelen vast te stellen.”

“Duidelijk maken wat de grens is”

Het college van procureurs-generaal zal een aantal principes verduidelijken in een omzendbrief, zo kondigt minister Van Quickenborne aan in ‘De zevende dag’. “Ik denk dat het tijd is dat we hier de puntje op de i zetten en aan bepaalde gouverneurs en burgemeesters duidelijk te maken wat de grens is. Men gaat er te los mee om op dit ogenblik.”

“De politie kan aanbellen, als er bijvoorbeeld lawaai is of als er veel auto’s op de oprit staan”, zegt Van Quickenborne. “Als de politie geen toestemming krijgt om binnen te gaan, kunnen ze naar de procureur bellen. Die zal alle elementen afwegen en kan de toestemming geven om binnen te gaan. Wat niet kan, is dat de politie op eigen houtje een slijpschijf of een zaag neemt en binnengaat. Dat is ontoelaatbaar.”