Elke dag nemen ‘jongeren’ de vlucht voor politiepatrouilles in Brussel. Sommigen te voet, anderen op hun boosters. Vaak gestolen en zelden verzekerd. Heel wat Brusselse gemeentes brachten de voorbije jaren heel mooie veranderingen aan in het straatbeeld. Voetgangerszones, fietspaden, parken en pleinen zijn aangelegd. De bedoelingen zijn nobel maar voor ‘jongeren’ die de politie willen ontvluchten is het een ideaal terrein om zich te verbergen. Heel wat  van die ‘jongeren’ is het al duizenden keren gelukt te ontsnappen. Maar voor Adil lukte het die dag niet.

Het liep fout af. Door roekeloos en onbezonnen met een opgedreven booster te vluchten, blind voor het gevaar, reed hij zichzelf de dood in. Voor andere jongeren uit de buurt was zijn dood een perfecte aanleiding om te gaan rellen. 

“Waarom ontliep hij die politiecontrole ? Was dit nu de topprioriteit die nacht? Kon het niet op een andere manier aangepakt worden? Kon er niet de volgende dag bij hem thuis zijn aangebeld en hem op zijn verantwoordelijkheid wijzen? Maar, ondanks al hun gepraat over nabijheid, kenden ze zijn naam wellicht niet. Allemaal vragen waar de politie zelf en het gerecht echte antwoorden op moeten geven. Niet wij.” Dat was de eerste reactie van staatssecretaris Pascal Smet. Hij schreef op zijn Facebook dat er vragen konden worden gesteld.

Het geweld tegen de politie, het is vandaag de dag een hot topic. Volgens mij is het een van de riscio’s van mijn vak. Een nadeel ‘in natura’ dat bij de job hoort. Dat is natuurlijk altijd al zo geweest. En als jonge kerel die zijn kans wil wagen bij de flikken, weet je, of zou je moeten weten dat je de kans loopt om af en toe op je gezicht je krijgen. Wat niet zo normaal is, is dat de daders van geweld tegen politie zo goed als altijd onbestraft blijven. Of er in veel gevallen bijzonder licht van afkomen.

De daders van de koelbloedige moord op Kitty Van Nieuwenhuysen zitten alweer rustig een waterpijp te roken

Ondertussen zijn er al duizenden voorbeelden. Van de rellen in Limburg waarbij een politieman een kasseisteen in zijn gezicht kreeg. Verwondingen waarvan hij nooit meer zal herstellen. Over de koelbloedige moord op Kitty Van Nieuwenhuysen, waarvan de daders alweer rustig de waterpijp zitten te roken en thee te drinken met hun vrienden. Tot de laatste voorbeelden in de politiezone Noord waar een vrouwelijke collega, van allochtone afkomst, een flink pak slaag kreeg. Dan mag ze nog van geluk spreken dat het krapuul er niet in slaagde haar wapen af te nemen. Ik mag er niet aan denken.

Ere-voorzitter van het Brussels Parket, Luc Hennart vond het onlangs schandalig dat de agente het lef had om in de pers te verklaren dat ze het niet vond kunnen dat de daders direct werden losgelaten. Maar daar ligt juist het probleem! Criminele Brusselse jongeren weten al te goed dat  ze niet (zwaar) worden gestraft voor een ‘fait-divers’ zoals het slaan van een flik of het rochelen in ons gezicht.

Het is niet alleen het geweld tegen de politie, maar ook en vooral de kritiek die we vandaag de dag krijgen. Justitie en de politiek houden ervan om elke gelegenheid te baat te nemen om de veiligheidsdiensten met bagger te overspoelen. Veelplegers worden beschermd en de agenten die er hun vel voor riskeren om ze op te pakken worden aan de schandpaal genageld. U wil een voorbeeld?

De ‘UNEUS’-brigade

Laat me u vertellen over de “UNEUS-brigade” van de politiezone Zuid. Die werd opgericht om een halt toe te roepen aan de bendes die dagelijks zo’n 5 tot 10 ‘sacjackings’ pleegden op het grondgebied van Sint Gillis. Die brigade, bestaande uit ervaren en gemotiveerde agenten haalde snel goede resultaten. Statistieken kunnen aantonen dat ze de misdaadcijfers op spectaculaire wijze lieten dalen. Een mooi voorbeeld van hoe efficiënt politie kan zijn. Vandaag ligt die brigade zwaar onder vuur en vinden er betogingen plaats tegen deze dienst. In de lokale pers verschijnen artikels die de agenten in een slecht daglicht stellen.

Voor elke politieraad schreeuwen de “moeders van het Jacques Franckplein” luid hun onvrede uit voor het gemeentehuis. Zo zetten ze druk op politiek en politieleiding: “De flikken vallen binnen om mijn ‘lieve’ jongen uit zijn bedje te lichten om 5 uur ‘s morgens. Ze breken de deur open en doorzoeken de ganse woning, een schande.”

Sommige leden van de politieraad, meestal van linkse signatuur, kunnen hun tranen amper in bedwang houden. Dat de inspecteurs een huiszoeking met huiszoekingsbevel komen uitvoeren, omdat hun ‘oogappel’ net een gewapende overval heeft gepleegd en omdat hij minderjarige meisjes die thuis zijn weggelopen verplicht zich te prostitueren. Daarover geen woord natuurlijk.

“Ongewettigde politiecontroles? Mijn haar gaat er van rechtstaan”

De kritiek op willekeurige of ongewettigde politiecontroles? Denk even met mij mee. Als er morgen een reeks overvallen worden gepleegd door een bende jonge roodharige meisjes met een grote decolleté, telkens gekleed in een zwarte lederen jurken. Dan zal de politie op zoek gaan naar verdachten die aan de daderbeschrijving voldoen om controles te doen. Zo eenvoudig is dat! Blonde dames van middelbare leeftijd zullen dan niet gecontroleerd worden.

Maar in Brussel is de realiteit van vandaag dat daders van zware criminaliteit, zoals drugshandel, geweldpleging, overvallen en inbraken statistisch gezien nu eenmaal vaker beantwoorden aan een ander daderprofiel. Jong uiterlijk, donker opgeschoren haar, gekleed in donkere kledij, vaak met een handtas met “burberry” motief, sportschoenen of tegenwoordig ook vaak strandsloffen. En ja, vaak ook van Noord-Afrikaanse origine. Dat is niet de schuld van de politie.  

In de gevangenissen van Vorst en Sint Gillis waar ik de voorbije jaren meer dan mij lief is de eer had om te mogen tussenkomen tijdens stakingen van cipiers, of tijdens rellen, zitten vooral gedetineerden die een halal-maaltijd verkiezen. Dat is niet omdat de politie enkel hen controleert, noch omdat wij hen viseren.  Statistisch gezien zijn ze nu eenmaal oververtegenwoordigd in de criminaliteitsstatistieken. 

Beleefdheid tussen “jongeren” en politiemensen.

Zowel ikzelf als het grootste deel van mijn collega’s stellen zich in het begin van een controle of van een interventie altijd correct en beleefd op. Ik weet uit ervaring dat een belangrijk deel van de Brusselse “jongeren” dat niet doet. Wat daar de reden voor is, ik heb er het raden naar. Maar stoerdoenerij, afkeer van politie- en hulpdiensten en een gebrek aan opvoeding hebben er zeker mee te maken.

Die “jongeren” voelen zich ook vaak gesterkt in hun onverantwoordelijk en crimineel gedrag. Justitie laat hen over het algemeen met rust. En ook hun omgeving en familie blijft hen meestal loyaal steunen en gelijk geven, ongeacht welk incident er plaats vindt.

Hoe vaak hebben ik gezien dat een snotneus van 15 ergens aan het inbreken was, gefilmd langs voor en achter en soms zelfs de feiten aan ons heeft toegegeven. Toch bleef zijn moeder na het zien van de camerabeelden bij hoog en laag gillend beweren dat het niet haar zoon is die de inbraak heeft gepleegd. 

Deze vrije tribune is geschreven door een Brusselse agent(e) die schrijft vanuit eigen ervaringen. Om evidente redenen gebeurt dat niet onder eigen naam. Naam bekend bij de redactie.

 

1 REACTIE