Koen Metsu is N-VA-Kamerlid en burgemeester van Edegem. In zijn vrije tribune neemt hij het op voor het werk van de politie en legt hij de vinger op de wonde van “het structureel probleem in bepaalde Brusselse wijken”.

“Er zijn geen problemen, alleen maar oplossingen, en de problemen die er wel zijn negeren we kapot.”  Dat is dé slagzin van de meerderheid in het Brusselse parlement. Dat bleek deze week nog maar eens nu het Brusselse Parlement een resolutie wil stemmen om “de  relatie tussen de burger en de politie te verbeteren”

Daarbij valt op dat voor het Brusselse parlement vooral de politie is die zich zal moeten aanpassen. “Er moet een einde komen aan ongemotiveerde politiecontroles, agenten moeten beter leren rijden met hun dienstvoertuig.” Bovendien moeten ze tout court meer respect aan de dag leggen in hun omgang met ‘de jeugd’.

Wij zijn er zeker van dat na het indienen van deze aanbevelingen de situatie drastisch gaat verbeteren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”, repliceerde de politievakbond VSOA sarcastisch op Facebook.

Het lijkt haast pure Kafka, toch is het de Brusselse politieke realiteit. Ik moet u vast niet vertellen dat er in bepaalde Brusselse wijken een structureel probleem is. Daarover heb ik al heel wat stukken geschreven. Die problematiek is intussen genoegzaam bekend.

“Onze ordehandhavers horen enkel kritiek, en zelden eens dankjewel”

Sommige hardleerse amokmakers leren het nooit. Zij zullen ongetwijfeld wel in hun vuistje gelachen hebben bij het vernemen van de Brusselse aanbevelingen. Al valt te sterk te betwijfelen of die amokmakers de politiek überhaupt volgen.

Maar dit stuk gaat niet over hen. Mijn aandacht gaat uit naar ‘de andere kant’ die al te vaak wordt doodgezwegen. Naar de duizenden agenten en hulpverleners in dit land die zich, dag in dag uit inzetten, met passie en met het diepe verlangen om bij te dragen aan een betere maatschappij.

Naar die agenten en hulpverleners ‘pur sang’, van wie het hart klopt bij de politie of de brandweer. En naar hen die voortdurend met van alles bekogeld worden, maar nooit met complimenten. 

Haast nooit worden hulpverleners en agenten in de bloemetjes gezet. Zij komen veelal negatief in het nieuws. Een snel gebluste brand of de zoveelste correct verrichte arrestatie, zijn niet vermeldenswaardig.  

Onze ordediensten horen enkel kritiek, en zelden ‘dankjewel’. Door veel politici worden ze scheef bekeken, doch zelden echt gewaardeerd. Alsof het allemaal vanzelfsprekend is, wat deze mensen doen.

“Het lezen van dit Brusselse voorstel zal bij hen beslist aangekomen zijn als de zoveelste mokerslag”

Vroeger was de agent of de brandweerman iemand naar wie men opkeek. Iemand die in het dorp bekend stond als een man of vrouw met heldenstatus. Want laat er geen twijfel over bestaan: deze mensen oefenen een prachtige job uit, die niet zonder risico is.

Het lezen van dit Brusselse voorstel zal bij hen beslist aangekomen zijn als de zoveelste mokerslag. Dit keer is het niet dat groepje ‘jongeren’ dat spuwt in hun gezicht, maar wel de Brusselse politiek.

Het leven als agent of hulpverlener is er niet gemakkelijker op geworden en al zeker niet in Brussel. De verhalen van ordediensten die bekogeld worden met stenen en belaagd met molotovcocktails, zijn schering en inslag. Ik zag onlangs de getuigenis van een jonge agente die werd belaagd tijdens een interventie voor geluidsoverlast. Ze raakte gewond en moest daarna lang revalideren. “Mijn gevoel naar m’n uniform toe is daardoor veranderd,” getuigde ze. Ik vind dat afschuwelijk.

Vergeet ook niet dat door de covid-crisis veel agenten op hun tandvlees zitten. Het handhaven van de coronamaatregelen is voor hen een fulltime job. Wanneer applaudisseren we eens voor hen?

“Jammer dat zij het moeten doen met een afgekookte Brusselse resolutie”

Het aanpakken van de ‘kleine criminaliteit’ zit in deze Brusselse resolutie amper vervat. Over snelrecht en jeugdsanctierecht lees je niets. Een harde aanpak van
de ‘die hards’ werd ‘tactisch’ vergeten. De focus ligt vooral op politiegeweld. Alweer die beschuldigende vinger.

Maakt onze politie dan nooit fouten? We maken allemaal fouten. Net zoals er jaarlijks artsen en verplegend personeel zijn die medische fouten kunnen maken, zijn die er evengoed binnen onze ordediensten. Hoe kan het ook anders? Belangrijk is dat je die fouten ook kan melden. We hebben in dit land ombudsdiensten, controle comités, vakbonden, meldingscentra… noem maar op. Kansen genoeg om fouten te melden.

Laten we stoppen met elkaar het valse dilemma aan te praten dat we moeten ‘kiezen’ tussen de ordediensten en de burger. Politiegeweld is fout. Geweld tegen de politie is dat eveneens. Het is te gemakkelijk om incidenteel politiegeweld als drogreden te gebruiken om het fundamenteel debat rond de structurele problemen in onze hoofdstad te minimaliseren of zelfs te negeren.

Laat ons opnieuw appreciatie tonen voor het goede en moeilijke werk dat onze politieagenten en hulpverleners doen. Laten we niet vergeten om ook hen te bedanken. Al die mannen en vrouwen leveren fantastisch werk in uiterst moeilijke omstandigheden.

Dus aan u, beste agent, zeg ik welgemeend: “Bedankt. Want ik ben me terdege bewust van het feit dat jullie goede werk ons amper ter ore komt.”

“Heroes are people who rise to the occasion and slip quietly away.” (T. Brokaw)