Toen Jakob Kürüm naar het front trok in Nagorno-Karabach, heeft hij veel meegemaakt. Van bombardementen tot zelf slachtoffers ontmoeten, hij kan enkel duidelijk maken hoe triest de situatie is. Hij heeft enkele slachtoffers geïnterviewd van het Azerbeidzjaans geweld. Eén van de verhalen die Jakob wil delen, is van een oude vrouw ergens in een kelder.

“Deze oude dame staat voor eeuwig en altijd in mijn geheugen gegrift. Op een dag zaten we in een kelder in Stepanakert. We konden de hele tijd de grimmige explosies horen aan het oppervlakte. Bommen, raketten, geen idee wat er allemaal werd afgevuurd. Maar in de kelder voelde iedereen zich veilig. Er klonk gelach en met grappen probeerde men de miserie van de oorlog even te vergeten. Ze konden lachen met de oorlog, met de slechte situatie waarin ze zich bevonden. Met de hongersnood. Er is dan ook echt amper iets te eten daar: hard brood en wat kaas, dat is het. Maar dat leek even niet meer belangrijk voor hen, ze hadden enkel oog voor elkaar,” begint hij zijn verhaal.

Er was één oudere dame die de hele tijd met grote ogen naar me keek, het is eerlijk gezegd een blik die me bij blijft,” gaat Jakob verder. “Ik besloot dichter te gaan zitten in de hoop dat ze iets te vertellen zou hebben. Ze barstte onmiddellijk in tranen uit en begon Armeens te praten. Natuurlijk begreep ik er geen woord van, dus moest ik mijn ploegleider roepen om te tolken. Ze vertelde haar verhaal. Haar kleinzoon Aram is een Armeen uit Nagorno-Karabach. Hij heeft een tijd in Moskou gewoond, maar is teruggekeerd om voor zijn oma te zorgen. Daarna is hij begonnen om de soldaten te helpen die daar actief waren, maar vorige maand verdween hij. Ze weet niet wat er met hem gebeurd is, of hij nog leeft, of hij gevangen is, in welke toestand hij verkeerd. Ze weet helemaal niets. Dat is het ware gezicht van de oorlog: pijn, onzekerheid en verdriet.”

2 REACTIES