Johan Van Overtveldt verontschuldigt zich bij Riadh Bahri, mocht deze aanstoot genomen hebben aan zijn opmerking betreffende diens geaardheid. SCEPTR kon Van Overtveldt contacteren voor een reactie, net nadat hij uit de vergadering kwam. Hij was nog niet op de hoogte van de (sociale) mediastorm die intussen is ontstaan. Een onschuldig bedoelde opmerking van Europarlementslid Johan Van Overtveldt (N-VA) over de homoseksualiteit van VRT-journalist Riadh Bahri maakte inmiddels heel wat reacties los. Ook staatssecretaris voor Asiel en Migratie vroeg op Twitter al om uitleg aan de vroegere minister van Financiën. 

Van Overtveldt, is zich van geen kwaad bewust en benadrukt in elk geval géén enkele negatieve bijbedoeling te hebben gehad. Intussen kondigt hij ook aan dat hij gebeld heeft met de VRT-journalist om zich te verontschuldigen.

Dat is het prototype van een contextueel iets. Mijnheer Bahri was eerste om vragen te stellen, maar de man die het geheel orchestreerde voor het parlement, zei tot tweemaal toe omdat er een probleem was met de verbinding. Madame Bahri aub zet uw spreekknop aan. En omdat hij dat zei heb ik hem gecorrigeerd en gezegd. Het is ‘mijnheer’.” 

“Die ambtenaar van het Europees parlement zei dat uiteraard zonder bijbedoeling en was verward wellicht. En dus ik heb gewoon ‘feitelijk’ gezegd. Het is mijnheer Bahri. En toen zag ik aan de gezichten van de mensen van het onderhandelingsteam, die aan mijn zijde stonden, dat ze duidelijk even verward waren. En ik heb toen inderdaad gezeg, ‘he’s gay’.” 

“Maar zonder de minste denigrerende of beledigend bedoelde ondertoon. Een louter faktuele mededeling.”

Van Overtveldt begrijpt wel dat sommigen zich storen aan die opmerking, maar betreurt dat mensen conclusies trekken uit iets wat overduidelijk in een bepaalde context is gezegd.

“Ik vind het raar dat mensen beginnen reageren op een situatie die zich afspeelt in het moment zelf. Ik had die opmerking, of die bijkomende informatie nooit verwoord als ik niet de verwarde of de vragende blikken had gezien van twee, drie van de mensen die aan mijn linkerzijde stonden. Ik zag dat ze in de war waren en zich afvroegen wat dit allemaal was.” 

“Ik heb dan in een poging om de situatie uit te leggen, gezegd, het is “mijnheer” en hij is homo. Oké. Als mijnheer Bahri zich daardoor beledigd voelt dan zal ik mij uiteraard excuseren bij hem. Het was absoluut niet mijn bedoeling om hem te beledigen of te kwetsen.” 

Van Overtveldt raadt iedereen die hier zwaar aan tilt om rekening te houden met de omstandigheden en de context waarin hij dit gezegd heeft.