SCEPTR sprak in de nasleep van een intern onderzoek dat deze week is geopend door Politie Anderlecht tegen enkele agenten, met Tina S. (28), slachtoffer van verkeersagressie in Anderlecht. Als we Tina S. contacteren vertelt ze ons dat ze nog steeds erg emotioneel is en uitgeput: “Mijn vriendin Romi, heeft het verhaal anders beleefd, die reageert vooral boos. Enigszins wil ik dat alles hierrond stopt. Maar langs de andere kant apprecieer ik wel de aandacht die zowel media als politici hebben voor het probleem.”  SCEPTR deed wat de politie in Anderlecht liever niet wilde doen. We noteerden haar verhaal. 

SCEPTR: Tina, vertel hoe dat incident met die bestuurders is begonnen? 

TINA S.: “Wij reden weg door een eenrichtingsstraat en daar zijn ze gestopt en hebben hun raam open gedraaid. Ze wilden opnieuw in discussie gaan. Daardoor ben ik ook opnieuw beginnen roepen. Tijdens het spreken verloor ik per ongeluk wat vocht. Dat bleek voor hen de druppel. Ze zegden dat ‘speeksel’ een moordwapen is.”

“Daarop zijn ze allebei onmiddellijk uit de auto gestapt en de passagier heeft aan mijn ene arm getrokken. En de bestuurder heeft mijn hoofd heel de tijd tegen zijn auto geduwd. Mijn arts heeft inmiddels de blauwe plekken aan mijn arm vastgesteld. Gelukkig is het daar bij gebleven. Intussen had mijn vriendin (Romi, nvdr) al een aantal keer naar de noodcentrale gebeld. Een buurtbewoner die me hoorde schreeuwen is dan tussenbeide gekomen en is met die bestuurder beginnen praten.”

SCEPTR: Hoe reageerden de politieagenten ter plaatse?

TINA S.: “Eerst kwamen er ‘anonieme’ politieagenten toe (in burger, nvdr). Die praatten vooral in het Frans. Maar wij zegden onmiddellijk dat we onze verklaring in het Nederlands wilden afleggen. Ze hebben dan gezegd dat ze Nederlandstalige agenten zouden vragen. Die kwamen dan effectief enige tijd later toe.”

SCEPTR: Wat kregen jullie te horen van die Nederlandstalige agenten?

TINA S.: “Ze zegden dat we best met hen mee naar het politiekantoor gingen. We zijn dan bij hen in de auto gestapt. Onze vrienden hebben onze fietsen meegenomen. Mijn broer die hier niet veraf woont had ik ook opgebeld.”

“In de politieauto deden we aan die agenten ons verhaal over de verkeersagressie. Ze bevestigden dat ons verhaal duidelijk was en zegden dat ze ervoor gingen zorgen dat we een verklaring konden afleggen bij hun Nederlandstalige collega’s. Ze verzekerden ons ook dat dit in een andere ruimte zou gebeuren.”

SCEPTR: Uiteindelijk kwamen jullie in eenzelfde verhoorruimte terecht?

TINA S.: “We zijn nochtans afzonderlijk van die mannen het politiebureau binnen gebracht. Zodat we hen niet meer hoefden te kruisen, zo had ik begrepen. Nadat we heel lang in een zaaltje hadden gewacht mochten we naar een verhoorruimte. Maar blijkbaar zaten die mannen daar ook binnen.”

SCEPTR: Jullie verhoor verliep niet in het Nederlands?

TINA S.: “Dat hebben we natuurlijk gevraagd. Maar die agent zei dat hij niet goed Nederlands sprak. We moesten toen elk ons verhaal doen. Waarop we opnieuw aandrongen dat in het Nederlands te kunnen doen. Maar de agent excuseerde zich dat hij niet goed Nederlands begreep en zei dat we ons best moesten doen in het Frans of in het Engels.”

“Ik heb dan geprobeerd de situatie uit te leggen, tot aan het moment dat de mannen ons een tweede keer hadden gekruist en er opnieuw een woordenwisseling ontstond. Die mannen waren de hele tijd aan het zeggen dat ik op hen had gespuugd. Waarop ik heb geprobeerd uit te leggen dat er mogelijk terwijl ik sprak wat speeksel uit mijn mond kwam. Maar ik heb dat in het Frans natuurlijk niet zo goed kunnen verwoorden. Die agent concludeerde daar onmiddellijk uit dat ik gespuwd had. En daarmee was voor hem de kous af.” 

SCEPTR: Heb je nog geprobeerd uw verhaal te doen?

TINA S.: “Vanaf dat moment mocht ik niks meer zeggen, laat staan het hele verhaal afmaken. Toen gingen die mannen meteen ook in verdediging, terwijl ze zelf nog niet eens hun verhaal hadden moeten doen.”

SCEPTR: Jullie zaten toen nog steeds in dezelfde ruimte?

TINA S.: “Wij zaten allemaal in dezelfde ruimte ja. Toen probeerden we ons uit te drukken in het Nederlands. En toen zei de passagier dat hij wel een beetje Nederlands kon en zei dat hij ons verhaal wel aan de politieagent zou vertalen. Toen viel ik helemaal van mijn sokken. En ook Romi zei dat dat niet eerlijk is. Toen begon hij iets in ‘t Frans te vertellen tegen die agenten wat wij niet verstonden.”

“Die agent zei toen, het is simpel, ofwel dienen jullie alletwee klacht in en gaan jullie even in de cel. En dan worden er vingerafdrukken en foto’s gemaakt en worden er officiële verklaringen afgenomen. Of anders gaan we dat hier als volwassenen uitpraten, en mogen jullie gewoon terug de deur uit.” 

SCEPTR: Hoe reageerden jullie?

TINA S. : “Mijn vriendin Romi zei toen, nee, dat kan toch niet? Waarom moeten wij daarvoor de cel in? Waar slaat dat nu op? Dus ik zei dan tegen Romi dat ik echt geen zin had om in die cel te gaan zitten. Laat het dan maar. Toen is Romi beginnen wenen”.

“Ondertussen was er dan toch een andere agent gekomen die kon vertalen en die de procedure in het Nederlands kort uitlegde. We hebben toen gezegd dat we niet wilden in de cel zitten om die verklaring af te leggen. Ik heb toen gevraagd dat er tien minuten zou zitten tussen ons en die mensen om het politiekantoor te verlaten. Uiteindelijk gingen die mannen als eersten naar buiten.” 

SCEPTR: Maar toen liep het dus opnieuw mis?

TINA S.: “Toen die mannen buiten aan hun auto kwamen en wilden instappen, botsten ze op mijn vrienden die ons buiten stonden op te wachten. Mijn vrienden hadden hun nummerplaat herkend. Mijn broer herkende hen ook. Ik zag dat de agenten dat in de gaten kregen en dat ze naar buiten keken en zich afvroegen wat daar gaande was. Op dat moment dat wij ook wilden vertrekken wond die agent die ons dossier behandelde zich op. Hij zei dat er buiten een incident was met onze vrienden. Waarop hij hen alle drie bij hem riep en wij opnieuw naar de wachtkamer moesten.”

SCEPTR: Dat ‘incident’, was er soms een vechtpartij ontstaan?

TINA S.: “Vooral een woordenwisseling. Ze wilden die mannen vooral zeggen wat ze met ons hadden uitgestoken. Wie denken jullie wel dat je zijn… Een van onze vrienden, afkomstig uit Luik die legde in ‘t Frans uit dat ze gezegd hadden dat het niet ok is wat die mannen met hun vriendinnen hebben gedaan.”

“Toen Romi en ik in de wachtzaal zaten en onze vrienden in het kantoor bij die Franstalige agent, zag ik opnieuw een van die mannen in de gang wandelen, in het gezelschap van een andere agent. Dus ik dacht dat die tegen mij klacht had ingediend, omdat mijn vrienden hen hadden aangesproken.”

“Er is mij dan door een agent gezegd geweest dat er tegen mij klacht is ingediend en hij zei me dat ik nog vingerafdrukken en foto’s moest laten nemen. Toen mijn vriendin zei dat zij ook slachtoffer was, zei de agent dat het een zaak was tussen de automobilist en tussen mij. Even later nam een vrouwelijke agente me mee naar de kelder waar er dan effectief foto’s en vingerafdrukken van mij zijn genomen. Daarna mocht ik vertrekken”

SCEPTR: Kreeg u bij het buiten gaan een kopij van uw proces-verbaal van verhoor?

TINA S.: “Nee ik heb geen enkel document gekregen. Het enige wat ze zegden was dat ik waarschijnlijk nog een brief zou thuis opgestuurd krijgen en dat ik nog eens zou moeten langs gaan bij de wijkagent. Ik zou dan een verklaring moeten afleggen, en dan zou ‘de magistraat’ bepalen hoe het verder zou lopen.”

SCEPTR: De politie van Anderlecht heeft énkel de klacht van de bestuurder genoteerd?

TINA S.: “Ze zegden mij dat door de klacht die die automobilist tegen mij had ingediend ik automatisch ook een klacht tegen hem heb ingediend.” 

SCEPTR: Heeft de politie je niet verteld wegens welke feiten er klacht is ingediend?

TINA S.: “Ik denk dat ze klacht ingediend hebben omdat ik zou gespuugd hebben. Maar ik weet niet precies meer of en hoe ze dat hebben gezegd. Ik begin ook te denken of dat niet één opgezet spel was om ons schrik aan te jagen? Ik heb via het CAW Slachtofferhulp geïnformeerd wat hier precies van aan is. Maar zij konden momenteel ook niets vinden. Men zoekt naar een dossiernummer, of een proces-verbaal nummer, maar dat is er blijkbaar niet.”

SCEPTR: Had je het gevoel dat de inzittenden van de wagen die agenten kenden?

TINA S.: “Dat weet ik niet. Wat ik wel lees op diverse Facebookgroepen, is dat politiezone Zuid nooit positief is geweest over fietsers, Vlamingen, vrouwen… Dus ik ga ervan uit dat ze die andere mensen meer het voordeel gaven dan ons. En ook omdat zij Frans spraken, zoals die agent.”

“En dan ook die passagier die aan de agenten aanbood om voor hen vanuit het Nederlands naar het Frans te vertalen… hoe vriendelijk toch, niet? Ze hadden mogelijk die andere mensen liever, maar of ze elkaar echt kenden, dat weet ik niet zeker.”

SCEPTR: Je vriendin Romi heeft aan columnist Johan Sanctorum via e-mail gezegd  dat de inzittenden van die wagen van allochtone origine waren evenals de agenten?

TINA S.: “Die mannen in de auto die waren inderdaad van allochtone origine. Die agent die ons effectief verhoord heeft, mogelijk wel. Daarnaast was er ook nog een kleinere man bij met een baard.” 

SCEPTR: Overwegen jullie een klacht bij het Comité P?

 TINA S.: “Romi heeft dat inmiddels al gedaan. Ik ga dat ook nog doen. Maar intussen ben ik mijn vertrouwen in een overheidsinstantie kwijt.”

“Ondertussen heeft de korpschef van Brussel-Zuid telefonisch contact opgenomen met Romi. Het was een goed gesprek en hij nodigde ons beiden vriendelijk uit om een open gesprek te voeren rond de hele situatie. Hij zei ook dat het heel erg ernstig wordt genomen en ziet het als een kans om te werken aan verbetering.”

SCEPTR: Dat is alvast een goed begin. Veel succes.