In zijn oorlog tegen het islamisme klinkt Macron steeds strijdvaardiger, zelfs in die mate dat er ter rechterzijde al instemmend wordt geknikt. Maar tegen wat strijdt hij eigenlijk? En wat is zijn strategie om te winnen? Macron maakt helaas drie denkfouten die zijn aanpak tot mislukken doemen.

Enkele weken geleden verklaarde Darmanin, de eerste Minister van Frankrijk en partijgenoot van Macron, zich geschokt door de aparte halal-rekken in de Franse supermarkten. Wie die reactie ziet als een uiting van vijandigheid tegen de voortschrijdende islamisering van de samenleving, vergist zich. De reactie van Darmanin past helemaal in de oorlog die Macron, sinds zijn toespraak in Mulhouse van 18 februari, heeft verklaard aan het “séparatisme communautaire”, de zelfopgelegde apartheid van moslims in de Franse samenleving. Macron heeft echter nooit stelling genomen tegen de numerieke opmars van de islam in zijn land. De Franse president hekelt wel het feit dat orthodoxe moslims zich terugtrekken in hun eigen leefwereld en zich daarmee onttrekken aan de “valeurs républicaines” van Frankrijk.

Geen scheiding maar overheersing

Die visie van Macron stoelt op enkele essentiële vergissingen. De eerste is dat de “islamisten”, zoals hij ze noemt, niet streven naar een eigen wereld waarin ze worden met rust gelaten en op hun beurt anderen met rust laten, maar naar culturele hegemonie, zoals Alain de Benoist terecht opmerkt. Hun aparte wereld is enkel een uitvalsbasis naar de onderwerping van de gehele samenleving.

Voor een deel zijn ze zelfs al geslaagd in dat opzet: de westerse samenleving wringt zich in alle bochten om de moslims niet voor het hoofd te stoten. Een recent voorbeeld was de berichtgeving over de vijf aanslagen (waarvan drie geslaagd) van 29 oktober op Franse doelwitten. Geen enkele krant durfde er op wijzen dat dit de datum is waarop Soennitische moslims de geboortedag van Mohammed vieren.

Wanneer pers wegkijkt van de religieuze motieven van terreur, wanneer cartoonisten en humoristen niet meer durven spotten met de islam, wanneer de politiek kritiek op de islam afdoet als islamfobie, wanneer de samenleving degenen die wijzen op de gevaren van de islam afschildert als extremisten en op dezelfde hoogte plaatst van moslimterroristen, zijn dat allemaal overwinningen van de islamisten in hun strijd om de culturele hegemonie.

De illusie van een ‘Franse islam’

Macron wil nu dat de Franse republiek de islamitische enclaves herovert en ervoor zorgen dat moslims zich integreren in de Franse samenleving. Daartoe wil hij wil de islam in Frankrijk hervormen naar een Franse islam, een “islam van het licht” (een begrip dat hij overnam van Malek Chebel).

Het idee dat het de taak van een staat is om een religie te hervormen is op zich al vreemd, om het zacht uit te drukken. Maar het voornaamste bezwaar is uiteraard dat het plan nooit kan lukken. Waar zou de “islam van het licht” immers moeten op gebaseerd worden? Er is nooit een “islam van het licht” geweest. En komt er dan “een islam van het licht” voor soennieten en een andere voor sjiieten?

Bovendien is de islam in het westen eerder radicaler dan de varianten in de islamitische thuislanden, precies door de confrontatie met en afwijzing van de westerse waarden. Dat moslims zouden dulden dat een westers land hun religie gaat hervormen om die te conformeren aan westerse waarden is een gevaarlijke illusie. 

De moslims van Frankrijk zijn ook helemaal geen vragende partij voor een eigen islam. Het gegeven dat uit peilingen steeds blijkt dat velen onder hen vinden dat de islam voorrang heeft op de wetten van Frankrijk, wijst er op dat zij eerder het omgekeerde verkiezen: geen Franse islam, maar een islamitisch Frankrijk. 

De islam is islamistisch

En daarmee komen we bij de derde denkfout in het offensief van Macron: het idee dat islamisme en islam zomaar van elkaar kunnen gescheiden worden.

Het klopt wel dat de Franse president iets voor heeft op andere westerse leiders: hij durft na een aanslag al openlijk verwijzen naar de religie die de daders inspireert. De reactie van De Croo op de aanslagen van Nice spreekt bijvoorbeeld nog steeds van onbepaalde extremistisch geweld. De Paus, van wie je toch zou mogen verwachten dat hij een onthoofding in een kerk zou herkennen als een aanslag van een andere religie op zijn religie, heeft het ook over een niet verder gespecificeerde terroristische daad

Maar hoe betekenisvol of nuttig is het onderscheid tussen islamisme en islam? Ik hoorde deze week een VRT-journalist opmerken dat islam en islamisme “toch wel heel verschillende zaken zijn”. Islamisme is echter geen synoniem van moslimextremisme, zoals sommigen lijken te denken, maar slaat op de islam als politieke strekking, het idee dat de wetten van de samenleving moeten gebaseerd zijn op de religieuze geboden. Het is zeker zo dat radicalen daar meer zullen op hameren, maar de islam is in essentie politiek. Mohammed maakte geen enkel onderscheid tussen kerk en staat (er is geen ‘kerk’ in de islam). Zijn opvolgers, de kaliefen, waren zowel wereldlijke als geestelijke heersers. Wat wordt gezien als de bravere islam en het islamisme zijn enkel gradaties op dezelfde schaal.

Het idee dat er een duidelijk scheiding bestaat tussen islamisme en de islam is wensdenken van westerlingen die zich hardnekkig vastklampen aan de illusie dat het eerste een ontsporing is die ze kunnen isoleren en uitroeien om daarna het tweede in een seculiere samenleving op te nemen. De aard van de godsdienst maakt dat onmogelijk. “Chassez le naturel et il revient au galop”, zoals men zegt in land van Macron.