De hinderpremie die Brugse koetsiers kregen tijdens de eerste lockdown, moeten door de koetsiers worden terugbetaald. Ze reageren woedend en krijgen steun van het Brugse stadsbestuur. Dat meldt Het Laatste Nieuws. “Onze toerismesector bloedt hard, ook de koetsiers”, klinkt het.

Tijdens de eerste lockdown in maart en april kregen ondernemers en bedrijven die daardoor verplicht de deuren moesten sluiten een compensatie van de Vlaamse overheid, de zogenaamde hinderpremie. Ook de Brugse koetsiers kregen zo’n hinderpremie, gaande van 8.000 tot 14.000 euro, omdat ze wekenlang niet mochten uitrijden. Nu blijkt dat ze daarop toch geen recht hebben omdat ze geen “publiek toegankelijke locatie” hebben. 

“Ik begrijp dit totaal niet”, aldus koetsier Dirk Stael aan HLN. “We hebben geen gebouw, maar zijn natuurlijk wel publiek toegankelijk. Wij staan met onze koetsen op de Markt. Ik denk dat we aan alle voorwaarden voldoen. Qua kosten hebben we stallingen en paarden die geld kosten. Dit is geen auto die je eventjes in de garage zet en waar je geen werk meer aan hebt. Als we die hinderpremie effectief moeten terugbetalen, is dat een enorme financiële klap.”

De koetsiers krijgen steun van het Brugse stadsbestuur. “Wij zijn op de hoogte van deze absurde situatie”, stelt Brugs burgemeester Dirk De fauw (CD&V) aan HLN. “Onze toerismesector bloedt hard, ook de koetsiers. Zij hebben natuurlijk geen voordeur waar je zomaar binnenstapt om een ticketje te kopen. Dat doe je gewoon op de Markt, waar de koetsiers met hun paarden ritten aanbieden. Ik heb bevoegd minister Hilde Crevits hierover in september al gecontacteerd. We hopen iets te kunnen rechttrekken, maar dat is voorlopig zonder resultaat.”