De socialistische vakbond ABVV en liberale vakbond ACLB pleiten aan het begin van de sociale verkiezingen voor hogere lonen. Er wordt vooral gemikt op de sectoren die het minst getroffen zijn door de coronacrisis. “Het wordt tijd dat ook de werknemers iets krijgen”, zegt Miranda Ulens, nummer twee van de socialistische vakbond, in De Tijd.

“We moeten af van het carcan van de loonwet. Die laat te weinig ruimte voor loonsverhogingen”, gaat Ulens verder. “De loonnorm moet indicatief zijn, en niet langer imperatief. Dat betekent dat de maximale loonstijging waarover nationaal wordt onderhandeld een advies wordt.” Begin volgend jaar zullen de vakbonden en de werkgeversorganisaties een nieuw akkoord over de lonen overleggen. De socialistische en liberale vakbonden eisen een loonsverhoging.

 “Voor sommige bedrijven zijn het bijzonder moeilijke tijden, maar andere sectoren doen het heel goed”, zegt ook liberaal voorzitter Mario Coppens. “Het zou jammer zijn als daar geen extra loonsverhogingen mogen worden toegekend.” Bij de christelijke vakbond ACV blijft het nog stil. “Op 8 december gaan we ons standpunt intern bepalen”, zegt woordvoerder David Vanbellingen.

De werkgeversorganisaties vrezen voor ontsporende loonkosten die de bedrijven met een concurrentiehandicap zullen opzadelen. Maar volgens de vakbonden is de vrees onterecht. “We gaan geen bedrijven in een faillissement duwen”, klinkt het bij Coppens. Het pleidooi over loonsverhoging komt net nu wanneer de sociale verkiezingen aan de gang zijn. Tijdens de verkiezingen worden de afgevaardigden voor de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk gekozen.