“De grote verliezer van Vivaldi is de Vlaamse regering”. Tot die vaststelling komt professor Stijn Baert in een opiniestuk dat donderdag verscheen in de krant De Tijd. De professor meent dat “zonder hervorming van de lasten op arbeid, de werkloosheidsuitkeringen, de ziekteverzekering en de pensioenen op federaal niveau” het potentieel van Vlaamse regeringsmaatregelen “onmogelijk volledig benut kan worden”. Voor hem zijn de socialistische partijen de grote winnaars van de onderhandelingen. De grote verliezer is de Vlaamse Regering is. N-VA Vlaams Parlementslid Axel Ronse vraagt intussen een hoorzitting met minister Hilde Crevits over het federaal regeerakkoord.

Na volledige lectuur van het Vivaldi-regeerakkoord voelt hij zich naar eigen zeggen “teruggekatapulteerd” naar het moment waarop het Waalse regeerakkoord is voorgesteld. Hij schrijft dat ook zo op zijn eigen sociale media. Op zijn Facebook vat hij het als volgt samen: “Ik nam het regeerakkoord van de ‘Vivaldi’-regering door voor wat economie, werk en pensioenen betreft.” Baerts oordeel is bijzonder scherp. 

De doelstellingen om de werkzaamheidsgraad naar 80% te brengen tegen 2030noemt hij knap, maar ze zijn niet onderbouwd. Wat hem doet denken aan het Waalse Regeerakkoord.

“De grote winnaar op economie, werk en pensioenen zijn de socialistische partijen. De verliezer is de Vlaamse Regering.”

Positiever toont hij zich over de “knappe, concrete ambities omtrent praktijktesten discriminatie en overheidsinvesteringen”. Voor Baert zijn de socialisten van Conner Rousseau en Paul Magnette duidelijk de grote winnaars in de onderhandelingen: “De grote winnaar op economie, werk en pensioenen zijn de socialistische partijen zijn”. De grote verliezer is volgens hem de Vlaamse Regering.

Dat de regering tegen 2024 mikt op een verhoging van de werkzaamheidsgraad met 5 procentpunten is aldus Baert een goede ambitie. Maar de onderbouwing ervan noemt hij “problematisch”. En hij verwijst naar de reactie van een Groene onderhandelaar Jean-Marc Nollet (Ecolo) toen hem is gevraagd hoe hij de 5 procentpunten verhoging wou realiseren. Nollet kwam niet verder dan “investeringen… euh… groene jobs… euh… enzovoort.”’

Voor wie het niet zou begrepen hebben expliciteert Baert nogmaals: “Het is dus geen compliment dat ik de Vivaldi-regering geef als ik die vergelijking maak. Jazeker, een van de weinige concrete cijfers in het akkoord is een stijging van de werkzaamheidsgraad naar 80 procent tegen 2030.” Maar de maatregelen die ertegenover worden gezet, kunnen Baert  voorlopig niet overtuigen.”

Het idee dat tussen vakbonden en werkgevers zoveel convergentie zal zijn dat het akkoorden oplevert is een goede grap.”

Baert meent dat in het regeerakkoord de hervormingen vooruitgeschoven worden. “Na weken discussiëren kijken de Vivaldisten zowaar richting jaarlijkse werkgelegenheidsconferenties én naar de sociale partners om de 80 procent werkzaamheidsgraad te realiseren“, is zijn hard oordeel.

Hij heeft er alvast geen goed oog in dat maar liefst 40 keer naar die sociale partners verwezen is in het regeerakkoord. “De regering-Michel vroeg de sociale partners om akkoorden te sluiten over de zware beroepen en de gedeeltelijke ontkoppeling van de lonen van de anciënniteit.” Resultaat? Een wit blad papier keerde terug.”

“Verwachten dat er tussen vakbonden en werkgevers de komende jaren zoveel convergentie zal zijn dat het akkoorden oplevert die leiden tot een werkzaamheidsgraad van 80 procent – als dat idee van Magnette komt, is het effectief een heel goede grap.”

Maar Baert is bloedernstig en ziet vooral een gemiste historische kans in het ‘Vivaldi’-regeerakkoord. Hij ziet ook een tegenspraak tussen “de ambitie om de werkzaamheidsgraad te verhogen” met de pensioenplannen van de Vivaldi-regering. 

De grote hervormingen die nodig zijn voor de arbeidsmarkt komen in elk geval niet voor in het akkoord zegt hij. Dat het minimumpensioen wordt opgetrokken noemt hij dan weer “absoluut verdedigbaar”. Maar meteen volgt ook een waarschuwing: “Je kan moeilijk de pensioenen verhogen zonder er tegelijk op toe te zien dat we gemiddeld langer werken.

N-VA wil hoorzitting in Vlaams Parlement met Baert en Crevits (CD&V)

Baert merkt op dat heel wat maatregelen van de Vlaamse Regering, federaal onderuit gehaald dreigen te worden. En dus dreigt de Vlaamse Regering, aldus Baert de grote verliezer te worden”

“Wat ben je ermee om als Vlaanderen een jobbonus in te voeren die het verschil tussen werken en niet-werken vergroot als je op federaal niveau dat verschil weer kleiner maakt door de uitkeringen te verhogen?‘”, vraagt hij zich af.

“En wat voor nut heeft het de VDAB de inactiviteit beter te laten bewaken als je federaal alle poorten richting gelijkgestelde periodes en brugpensioen laat openstaan?”  En als uitsmijter volgt ook nog een flinke sneer naar de ambities van het Waalse regeerakkoord. Dat wil de werkzaamheid “straf te laten stijgen”. “Dat was al om te lachen”, zegt Baert daarover. “Maar de ambities van de Vlaamse regering zouden met dank aan Vivaldi wel eens om te wenen kunnen worden.”

De N-VA grijpt intussen de kritiek van Baert aan om in het Vlaams Parlement een hoorzitting te vragen met Vlaams Minister van Economie Hilde Crevits (CD&V) over het federaal regeerakkoord. N-VA parlementslid Axel Ronse wil dat “minstens de engagementen uit de jobsdeal van voormalig premier Michel worden nagekomen”.  

“Onze Vlaamse ambities rond het optrekken van de werkzaamheidsgraad dreigen een ‘tijger zonder tanden’ te worden nu federaal weigert de lasten op arbeid, pensioenen, ziekteverzekering, en de werkloosheidsuitkeringen te hervormen”, besluit Ronse.