Nederland is er in geslaagd zijn corona testcapaciteit te verhogen “dankzij samenwerking met Duitse en Belgische monsterlaboratoria”. Dat zei Sjaak De Gouw, directeur van koepelorganisatie GGD GHOR, aan de NOS. Dat is natuurlijk goed nieuws voor de Nederlanders, maar tegelijk pijnlijk voor ons land op een moment dat de overheid aankondigde dat de labo’s overbelast zijn. Ook onze teststrategie is aangepast waardoor mensen zonder symptomen zelfs niet meer getest worden. De verruimde testcapaciteit is te danken aan de overeenkomsten die het ministerie van Volksgezondheid heeft gesloten met zogenoemde monsterlaboratoria, die kunnen meer capaciteit leveren.”

Directeur Sjaak de Gouw bevestigt vrijdag dat de GGD de achterstanden in testcapaciteit vlot kan wegwerken. “Vandaag bellen betekent dat je morgen terechtkunt voor een coronatest. We stonden te popelen om op te schalen en dat kunnen we nu doen”, aldus De Gouw.

Streefdoel is dat mensen die getest worden uiterlijk binnen de 48 uur een testuitslag ontvangen. Dat is sneller dan bij ons waar dat tot 5 dagen kan duren vooraleer je een testresultaat ontvangt.

Liet België zich de kaas van tussen de boterham eten door Nederland?

Uitdaging voor onze politici is waarom Nederland er wel in slaagt de capaciteit op te schalen. Momenteel is de Belgische testcapaciteit om en bij de 60.000 tests per dag. De teneur is ook dat we daarmee aan onze limiet zouden zitten. Maar als men in Nederland “met inzet van extra grote laboratoria richting de 90.000 of 100.000 tests per dag” kan gaan dankzij contracten die ook met Belgische laboratoria zijn afgesloten. Is de vraag dan niet of de voorziene testcapaciteit in ons land is onderschat? Ook bij het begin van de coronacrisis was de testcapaciteit slechts 2.000 tests en is deze pas uitgebreid onder impuls van toenmalig minister Philippe De Backer (Open Vld). 

Nog volgens de Nederlandse GGD beschikte men er deze week over een testcapaciteit van 330.000 testen. Maar omdat het aantal mensen dat zich aanbiedt “minder groot is, lopen we hard in op de achterstanden die we hadden”. Dat is zowat het tegenovergestelde als de Belgische situatie, waarbij de achterstanden zich eerder opstapelen. 

Vraag die zich opdringt is of het Belgisch ministerie van Volksgezondheid zich de kaas van tussen de boterham liet eten door de Nederlanders. En of men de aanwezige capaciteit in de zogenaamde ‘monsterlaboratoria’ niet beter voor gebruik in België had vastgelegd. 

1 REACTIE