“De intensive care afdelingen in Randstad Amsterdam liggen vol migranten”, dat schrijft de Nederlandse krant NRC. Volgens de krant die sprak met diverse spoedartsen en huisartsen uit de Randstad treft de tweede coronagolf vooral de lagere sociale klassen in de grote steden. De artsen zijn daarin formeel: het gaat vooral over mensen met een migratieachtergrond. In ons land rust er een groot  taboe op het thema en verschijnen er nauwelijks berichten over. Toch was in augustus van dit jaar onder meer Borgerhout al aangeduid als ‘coronahotspot’. Maar toen recent in het Vlaams Parlement Sam Van Rooy wees op de impact van gebrekkige taalkennis bij allochtonen leverde dat hem nog een hevige uitbrander op van Vlaams minister voor integratie Bart Somers.  

Tijdens de eerste coronagolf belandden er vooral veel coronapatiënten uit Brabant op intensieve zorgen. Het waren de mensen die er carnaval hadden gevierd. Maar dit keer zijn het vooral patiënten uit “hun eigen multiculturele steden”. Dat bevestigen diverse artsen aan de Nederlandse krant NRC.

Geesje van Woerden werkt als Spoedeisende- hulparts in het Haaglanden Medisch Centrum: “We hebben in dit ziekenhuis altijd al veel patiënten met een migratie-achtergrond, uit de Schilderswijk, maar nu nog meer. Het valt echt op.

Ook Jan Jaap Spijkstra in het VUmc heeft het opgemerkt: “Normaal heeft een ruime minderheid van de patiënten een migratie-achtergrond maar vorige week iederéén op Intensive Care.”

De Nederlandse artsen winden er geen doekjes om. “Er ligt op dit moment geen dwarsdoorsnede van de maatschappij in het ziekenhuis met corona, maar een sociaal-economische onderklasse.” 

Een belangrijke conclusie is dat mensen in armere buurten “een hoger risico lopen om ernstig ziek te worden van Covid-19”. De verklaring lijkt eenvoudig: “Bewoners hebben gemiddeld vaker obesitas, suikerziekte, een hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten.” 

Statistieken tonen aan: grotere oversterfte bij allochtone Nederlanders (47%) dan bij autochtone Nederlanders (38%)

Het Nederlandse Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) berekende dat er in Nederland meer oversterfte was bij mensen met een migratieachtergrond (westers én niet westers) tijdens de eerste coronagolf dan bij autochtone Nederlanders. Tussen half maart en eind april overleden 3.600 migranten – 47 procent meer dan normaal in zes weken tijd. Onder autochtone Nederlanders lag de sterfte 38 procent hoger dan normaal.

Het Amsterdam Health and Technology Institute (AHTI) berekende ook voor heel Nederland per buurt het risico op ernstig verloop van een coronabesmetting. Dat doen ze op grond van sociaal-economische en gezondheidsgegevens. Daaruit blijkt dat de “multiculturele buurten in de grote steden donker kleuren”. Maar er zijn ook andere criteria zoals leeftijd, diabetes type II, intergenerationeel samenwonen en astma/COPD

Ook in een zeer multiculturele wijk in Amsterdam-Zuidoost, liggen de besmettingscijfers al sinds de zomer dramatisch hoog. Wat blijkt: de bewoners van dit stadsdeel lieten zich het minst testen van iedereen in heel Amsterdam.

De huisarts Anja Vrakking meldt dat ze in haar spreekkamer en op huisbezoek veel patiënten met een lage sociaal-economische status (SES) ziet. Weinig geld, weinig opleiding, geen vast werk. Vaak valt die lagere SES samen met migratie-achtergrond. 

Vrakking ziet heil in “registreren voor wetenschappelijk onderzoek van ethnische achtergrond van een patiënt”

Maar Vrakking wijst ook op andere factoren. Haar patiënten zijn krap behuisd wat de kans op besmetting groter maakt. Ze wijst ook op een ongezondere leefstijl dan die van “de gemiddelde Nederlander”. Volgens de huisarts zijn de patiënten vaak niet goed op de hoogte van de ernst van het virus. Het antwoord is volgens Vrakking gebrekkige kennis. Ze wijt het aan de geslotenheid van sommige migrantengroepen in Amsterdam-Zuidoost, maar ook aan het feit dat overheidsinformatie hen nauwelijks bereikt.

Nog een andere huisarts uit de Bijlmerwijk wijst op het probleem van de gebrekkige kennis van het Nederlands bij veel migranten. Hij ziet een verband met de slechte toepassing van de veiligheidsmaatregelen. Ook preventie vanuit de overheid kan beter vindt Vrakking: “Dat liberale idee van mensen aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid, dat werkt bij een flink deel van de bevolking niet.

Vrakking ziet wel een oplossing, maar die ligt gevoelig. Ze ziet heil in het registreren voor wetenschappelijk onderzoek van de etnische achtergrond van een patiënt. “Dat gebeurt in Nederland principieel niet. Maar sommige bevolkingsgroepen hebben bepaalde aandoeningen vaker dan anderen: Surinaams-Hindostaanse Nederlanders hebben veel vaker diabetes, Ghanese Nederlanders vaker obesitas, Nederlanders van Turkse en Marokkaanse komaf vaker astma.”

“Voor onderzoekers is het belangrijk om risicofactoren te weten”, besluit Vrakking. “Ook omdat sommige geneesmiddelen minder goed werken bij bepaalde groepen.”