Onderzoek door virologen van het Rega Instituut (KU Leuven) met de virusremmer ‘favipiravir’ biedt mogelijk hoop voor coronapatiënten. Testen bij hamsters, besmet met het coronavirus, wijzen uit dat een bestaand griepmiddel ‘favipiravir’, wanneer in hoge dosis toegediend, een virus-remmende werking heeft. Dat schrijft onder meer de Gazet Van Antwerpen. Het medicijn is onder meer bekend onder de merknaam ‘FabiFlu’ en wordt in India reeds gebruikt ‘in noodgevallen’ voor de behandeling van bepaalde ‘milde en matige’ COVID-19 patiënten. Of het ook een definitieve doorbraak betekent is nog niet duidelijk. 

Het Belgische team onderzocht in hun studie zowel de werking van favipiravir als van hydroxychloroquine. Dat laatste medicijn bleek geen effect te hebben op de hamsters, zo meldt de KU Leuven.

Betreffende de werkzaamheid van hydroxychloroquine toonde een recente Nederlandse studie dan weer aan dat het middel toch een werkzaam effect kon hebben voor de behandeling van bepaalde coronapatiënten. De vaak tegenstrijdige onderzoeksresultaten maken het niet altijd eenvoudig om te weten wat de exacte stand van wetenschap is. Belangrijke kanttekening is wel dat het onderzoek van het Rega Instituut naar het bestaand antiviraal middel gebeurde op hamsters. 

De hoogte van de toegediende dosis is cruciaal voor de invloed op de virus remmende werking bij hamsters

Het team van Leuvense onderzoekers onder leiding van viroloog Johan Neyts diende gedurende enkele dagen zowel hydroxychloroquine als favipiravir toe aan hamsters. Dat laatste medicijn gebruikt men in Japan tegen het griepvirus.

Uit de tests is gebleken dat de hoogte van de toegediende dosis faviparivir een invloed had op de virus-remmende werking. Onafhankelijk van de wijze waarop de proefdieren besmet raakten stelden de onderzoekers vast dat geen actief virus is teruggevonden bij proefdieren met een hoge dosis faviparivir.

Bij proefdieren die slechts een lage dosis of helemaal geen dosis kregen was er geen effect meetbaar. De hoogte van de dosis blijkt dus cruciaal te zijn. Vooraleer te spreken van een definitieve doorbraak zijn uiteraard meer klinische testen op mensen nodig. 

Medicatie reeds sinds augustus in India toegepast voor behandeling van coronapatiënten ‘in noodgevallen’

Glenmark Pharmaceuticals introduceerde op 2 augustus van dit jaar de virusremmer op de Indische markt onder de vorm van een 400 mg versie in tabletvorm. Men past het in India toe voor de behandeling van milde tot matige COVID-19 patiënten, ‘in noodgevallen’. 

Glenmark voert ook een fase 3 klinische studie uit om de werkzaamheid van twee antivirale middelen favipiravir en umifenovir als combinatietherapie te evalueren bij matig opgenomen volwassen COVID-19-patiënten in India. Belangrijke kanttekening blijft dat het medicijn dus nog niet breed genoeg is getest op mensen om van een grote doorbraak te kunnen spreken. 

Wel vermoedt men dat dit medicijn best werkzaam is wanneer patiënten het toegediend krijgen in een vroeg stadium van de ziekte, en in een voldoende hoge dosis. Om die redenen vermoedt men ook dat het mogelijk een preventief effect kan hebben.

Meer informatie over de introductie van dit geneesmiddel op de Indische markt kan u in onderstaand filmpje bekijken, dat dateert van juni 2020.