“Franstalige zaken worden te vaak en te snel geseponeerd of te mild bestraft”, dat staat te lezen in een uitgelekte mail van de Brusselse spoorwegpolitie. Het parket van Brussel dringt aan dat de politie processen-verbaal over gauwdiefstallen zo veel mogelijk in het Nederlands opmaakt. “Want zaken in het Frans krijgen vaak geen passend gevolg”, klinkt het. Dat schrijft Het Nieuwsblad.

Met die bijzonder vreemde vraag bevestigt het parket de facto een publiek geheim. Maar dat iemand het nu ook zo zwart op wit schijft is opmerkelijk. Brusselse politiebronnen reageren alvast positief: “Franstalige zaken worden te vaak en te snel geseponeerd of veel te mild bestraft.

De Brusselse vice-procureur zou op 12 augustus naar een commissaris van de spoorwegpolitie gebeld hebben. Het gesprek ging over de vele gauwdiefstallen in de stations en op de trein. Naar aanleiding van dat telefoontje zou de commissaris een mail naar het personeel gestuurd hebben waarin hij schreef dat “De procureur zich er van bewust is dat in het Frans opgestelde pv’s niet altijd het passende gevolg krijgen”.

“Eenvoudige zaken in het Frans duren een half jaar, de Vlaamse twee maanden.”

Daarom, zo schrijft de commissaris, zou de magistraat hem gevraagd hebben om, indien een verdachte geen van beide landstalen spreekt, processen-verbaal, in het Nederlands op te stellen.

“De procureur legde me uit dat, indien het pv in het Nederlands is, men de verdachte onder aanhoudingsbevel kan plaatsen en dagvaarden, omdat er zo goed als altijd plaats is op de Nederlandstalige zittingen.”

Toch doet dit verzoek bij andere politiemensen ook de wenkbrauwen fronsen. “Het is algemeen geweten dat Franstalige rechters veel milder zijn, daarom ook dat veel Nederlandstaligen zich liever in het Frans laten berechten. En eigenlijk is het ook geweten dat Franstalige zaken veel vaker en sneller tot seponering leiden dan Nederlandstalige. Tot grote frustratie van de politiemensen.

Minister van Justitie Geens juicht toe dat “Nederlandstalige gerecht het Franstalige wil helpen om de achterstand weg te werken”

Er bestaat ook een verschil in behandeling van zeer eenvoudige zaken. Die zouden in het Frans minstens een half jaar op zich laat wachten. Terwijl dat bij een gelijkaardige Vlaamse zaak maar twee maanden is. “Dat is de Brusselse realiteit”, zo klinkt het.

Het parket erkent het bestaan van de mail maar wil er liever niet veel over kwijt. Het benadrukt dat een Franstalige Belg een proces in het Frans krijgt en een Nederlandstalige in het Nederlands. Over het mogelijk verschil in strafmaat of over het vervolgingsbeleid en de seponering zegt het parket niet over cijfers te beschikken.

Bij de Brusselse spoorwegpolitie bestaat er een bijzonder scheefgetrokken verhouding tussen Nederlandstaligen en Franstaligen. Zo werken er op de dienst interventie slechts tien Nederlandstaligen op een totaal van 150 agenten. 

Het kabinet van justitieminister Koen Geens (CD&V) bekijkt het pragmatisch en “juicht toe dat het Nederlandstalige gerecht het Franstalige wil helpen om de achterstand weg te werken”.