In de loop van de zomer publiceerde de peilingenaggregator Europe Elects drie keer een nieuwe maandelijkse projectie voor het Europees Parlement, gebaseerd op de laatste peilingen in de Europese Unie. Uit die projecties, waarvan de laatste begin deze week gepubliceerd werd, blijkt dat er momenteel in de Europese landen politiek niet veel beweging te bespeuren valt. Zowel op het niveau van het Europees Parlement als in de (sub)nationale kieskringen voor dat Europees Parlement blijven de meeste partijen gewoon ter plaatse trappelen.

Traditioneel worden er in de zomer minder peilingen afgenomen, en in sommige landen gedurende een periode zelfs helemaal geen peilingen, ook al is dat tijdens de rest van het jaar een maandelijkse of zelfs wekelijkse routine. In andere landen, zoals Duitsland en Italië, peilt men gewoon door alsof er niets aan de hand is.

(Lees verder onder de tweet.)

Opvallend aan de nieuwe projectie: de laatste drie maanden is er eigenlijk amper beweging geweest wat betreft de partijpolitieke voorkeuren. Zo behaalde de Europese Volkspartij (EVP) eind mei in de projectie 197 zetels. In de projectie van eind augustus staat ze één zetel lager, op 196 zetels. De psychologische drempel van de tweehonderd zetels werd overigens deze zomer niet overschreden, en het lijkt er nu ook op dat de centrumgroep een beetje op haar retour is. Dat de coronacrisis stilaan begint af te nemen, heeft daar vermoedelijk iets mee te maken. In nogal wat landen kregen de aan de macht zijnde regeringen nogal wat extra krediet in de bevolking –het zogenaamde “rally-around-the-flag-effect”–, en vaak zit daar ook een EVP-partij bij.

Ook bij de sociaal-democraten van S&D valt er weinig beweging te noteren. Eind mei stond de groep op 135 zetels in het Europees Parlement, vandaag zouden dat er 134 zijn. Ook de liberalen van Renew Europe (RE) maken een licht verlies vergeleken met de projectie van eind mei: van 98 zetels naar 96. Daarmee begint het ook voor die partij de verkeerde kant op te gaan om de symbolische drempel van de honderd zetels te overbruggen.

Nog een groep die een licht verlies lijdt: Identiteit en Democratie (ID), die zakt van 77 zetels naar 75. De groep waartoe Vlaams Belang behoort begint daardoor meer en meer de hete adem van de conservatieven en de hervormers van ECH, waartoe de N-VA behoort, in de nek te voelen, want die groep stijgt van 70 naar 71 zetels. Aan de andere kant van het politieke spectrum blijft Europees Unitair Links/Noords Groen Links van onder meer de PTB/PVDA op exact 55 zetels staan, maar wint de groene fractie er twee zetels bij, van 47 naar 49.

De groep met de niet-gebonden partijen (NI) waartoe de Italiaanse Vijfsterrenbeweging behoort, gaat erop vooruit met één zetel van 23 naar 24. Partijen die nog niet vertegenwoordigd zijn in het Europees Parlement en nog niet te kennen hebben gegeven tot welke groep ze eventueel zouden toetreden, halen vandaag vijf zetels, tegenover drie zetels eind mei.

Voor Vlaanderen is deze projectie gebaseerd op de peiling van Het Laatste Nieuws en VTM, uitgevoerd door Ipsos in juni, en de TNS-peiling van De Standaard en VTM van april. Ook daar valt er geen verandering te noteren vergeleken met de vorige projectie, met opnieuw vier zetels voor Vlaams Belang, drie voor de N-VA, en één zetel voor zowel CD&V, Open Vld, sp.a, Groen als PVDA.

Grootste nationale partij blijft de Duitse CDU met 28 zetels. Daarna volgt het Franse La République en marche met 25 zetels, dat voorbij concurrent Rassemblement national schiet. Die laatste partij verliest drie zetels tegenover de projectie van eind mei, en eindigt nu op 22 zetels. Dat betekent ook dat de Italiaanse Lega Nord vandaag virtueel de grootste partij binnen ID is, met 23 zetels. De enige andere nationale partij met meer dan twintig zetels blijft het Poolse Zjednoczona Prawica (Verenigd Rechts), dat zelfs twee zetels wint en nu op 24 staat.

De auteur is niet alleen een medewerker van SCEPTR, maar achter de schermen ook betrokken bij het opstellen van de projectie van Europe Elects.