Donderdag ging nog maar eens een nieuwe en dure staatsinstelling aan de slag: het nieuwe mensenrechteninstituut (officieel het ‘Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens’) duidde haar leiding aan. Dit eerste wapenfeit verraadt onmiddellijk veel over de werkelijke betekenis van de instelling. Voorzitter wordt Olivier De Schutter, die vorig jaar nog op de derde plaats stond van de Europese lijst van Ecolo. Eva Brems, politica van Vlaamse zusterpartij Groen, wordt ondervoorzitter.

Zuhal Demir en Fons Duchateau herinnerden er onmiddellijk aan dat Eva Brems het enige Kamerlid was dat in 2011 weigerde voor het boerkaverbod te stemmen. Zelfs haar eigen partijgenoten stemden voor. De ondervoorzitter van de nieuwe instelling is dus een fanatica die alvast niet hoog oploopt met vrouwenrechten.

Verwijderd van de opvattingen in de samenleving

Brems is ook een goed voorbeeld van de politieke activiste die in de pers steevast opgevoerd wordt met haar academische titel. Ze werd in alle persberichten beschreven als “professoren “voormalig voorzitter Amnesty International Belgium”. Geen enkel journalist wist blijkbaar nog dat zij politica van Groen is geweest. Olivier De Schutter werd neergezet als “professor” en “VN-rapporteur”, zonder enige vermelding van zijn kandidatuur voor Ecolo, hoewel alleen die connectie zijn aanduiding verklaart. De academische titels moeten de fictie in stand houden van een instelling die is samengesteld op grond van kennis en verdienste, een spel dat de pers gewillig meespeelt.

Officieel is het mensenrechteninstituut een neutrale instelling die moet toezien of de overheid, maar ook u en ik, de geldende rechten van de mens respecteren. Zoals gebruikelijk in dit soort instellingen, is de leiding de facto in handen van mensen die er een ideologisch engagement op nahouden dat heel ver verwijderd staat van wat leeft in de samenleving. Denk maar aan Unia of Myria.

De raad van bestuur telt 12 leden. Zelfs een vluchtig onderzoek van de namen leert dat De Schutter en Brems niet alleen zullen staan met hun militante opvattingen. Advocate Evelyne Maes trok namens een moslima naar de rechter tegen het hoofddoekenverbod in het Gemeenschapsonderwijs. Isabelle Doyen was directrice van l’Association pour le droit des étrangers, een rijkelijke gesubsidieerde organisatie die opkomt voor de rechten van vreemdelingen. Isabelle Fontignie specialiseert zich in vreemdelingenrecht en tekende open brieven tegen de uitzetting van Soedanezen door Theo Francken en voor het verblijfsrecht van de familie van Mawda (met een sneer naar Bart De Wever).

Het is geen toeval dat de mensen die zich geroepen voelen om een mensenrechtsinstituut te bemannen, ook uitgesproken meningen hebben over de vreemdelingenproblematiek. De mensenrechten zijn voor hen enkel een instrument in dienste van een ideologische agenda. Ik kan u nu al voorspellen dat de meeste adviezen van de het mensenrechteninstituut in het teken zullen staan van de rechten van immigranten, asielzoekers en moslims. Verwacht u er niet aan dat het orgaan bijvoorbeeld enige interesse zal betonen in de vrijheid van meningsuiting voor politieke dissidenten.

De vergrendelde democratie

Dat onze democratie een externe waakhond wordt opgelegd past in een fenomeen dat reeds een hele tijd aan de gang is. In zijn boek ‘Populism and the European Culture Wars’ beschrijft Frank Furedi het toenemende wantrouwen van de progressieve elites voor het democratische proces. Dat uit zich onder andere in het ondergeschikt maken van democratische rechtsordes aan internationale afspraken en verdragen, waarvan de mensenrechtenverdragen de belangrijkste zijn.

Democratieën zijn die verdragen wel vrijwillig aangegaan, maar zijn daarna alle controle verloren over de extreme interpretaties en de verregaande rechtspraak. Verschillende artikels in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn daar elastisch genoeg voor. Het ‘verbod op onmenselijke behandeling’ uit artikel 3 is bijvoorbeeld vaag genoeg om als passe-partout gebruikt te worden in een opengrenzen-agenda, wat in de praktijk ook steeds meer gebeurt.

Het sanhedrin van gezaghebbende interpretatie inzake de mensenrechten is het Europees Hof van de Rechten van de Mens van Straatsburg, een orgaan dat volledig aan alle democratische controle ontsnapt en opvalt door “extremistische arresten” (de woorden van Marc Bossuyt, voormalig voorzitter van het Belgisch Grondwettelijk Hof).

Eerder dit jaar publiceerde het European Centre for Law & Justice een studie over de achtergrond van de rechters van het EHRM. Velen bleken banden te hebben met activistische ngo’s, waaronder opvallend veel rechters die uit het Open Society-netwerk van George Soros komen, een organisatie met een expliciete opengrenzen-agenda.

De verregaande interpretaties van de mensenrechten zorgen er in de praktijk voor dat nationale staten het steeds moeilijker hebben om een immigratiebeleid te ontwikkelen met enig democratisch draagvlak. Zo oordeelde het EHRM dat een pushback-beleid, veruit de meest efficiënte maatregel tegen illegale immigratie via de Middellandse Zee, strijdig is met de mensenrechten. De mensenrechten, waarvan de invulling gebeurt door kleine, links geëngageerde clubjes, worden steeds actiever ingezet als wapen tegen de democratie.

Een instelling zonder beperkingen

Waarom zou België een mensenrechteninstituut moeten hebben? De pers laat graag verstaan dat we daartoe verplicht zouden zijn, maar de ‘Paris Principles‘ zijn vrijblijvend en meer dan de helft van de leden van de VN hebben geen mensenrechteninstelling opgericht. De VS hebben zelfs gezegd dat ze dat niet van plan zijn en dat mensenrechten het werkterrein van de rechtbanken zijn, niet van gepolitiseerde instellingen.

Wie zijn mensenrechten geschonden acht, heeft al heel wat manieren om daar iets aan te doen. Alle nationale rechtbanken en nog heel wat andere internationale rechtbanken, zoals het Europees Hof van Luxemburg, moeten de mensenrechten toepassen. Het probleem, tenminste voor degenen die nationale democratieën willen ketenen, is dat die vonnissen en arresten enkel reactief zijn en betrekking hebben op concrete klachten. Die instellingen kunnen geen adviezen geven, geen rechtstreeks boodschappen richten aan nationale beleidsmakers, niet aan beïnvloeding van pers en publiek doen.

Dat zal dit nieuwe mensenrechteninstituut wel kunnen. Het staat zelfs allemaal met zoveel woorden in de wetteksten. Het kan op eigen initiatief adviezen en aanbevelingen doen aan alle parlementen en overheidsinstanties (art 5,1), het mag zelfs eisen om nog meer mensenrechtenverdragen goed te keuren (art 5,4), het mag gaan klagen over België in internationale instellingen indien haar instructies niet gevolgd worden (art 5,5) en het mag zich bezighouden met “het bewustmaken van de publieke opinie” (art 5,7). 

Een droom van reactionair links

Unia is een goed voorbeeld van wat er gebeurt als je een overheidsinstelling bemant met activisten en die ook nog eens een ‘onafhankelijke’ status geeft (in het parlement kunnen geen vragen gesteld worden over het beleid van Unia). Het mensenrechteninstituut wordt Unia in het kwadraat, omdat de opdracht veel algemener is en alle interventies onder de vlag van de mensenrechten zullen geschieden.

Een natte droom van reactionair links is gerealiseerd. We krijgen een Comité du Salut Public, dat de democratie kan bijsturen en tegenwerken als de kiezer die in een ongewenste richting stuurt, in het bijzonder in alles de immigratieproblematiek betreft.

1 REACTIE