Enige tijd terug schreef een zeer ervaren en goede journalist een evenwichtig stuk over prinses Elisabeth in een weekblad. De journalist had voor de informatie een afspraak en een interview met een medewerker van koning Filip. Het artikel werd toch niet goed bevonden door de Koning en zijn medewerkers. Daarom werd volgens de journalist zelfs de Raad voor de Journalistiek (RvdJ) ingeschakeld door het Koninklijk Paleis.

RvdJ kwam samen, journalist was niet aanwezig

Volgens de journalist werd er een enigszins surrealistische vergadering gehouden. Het Koninklijk Paleis vaardigde een medewerkster af van de communicatiedienst.  Eerder werd al overleg gepleegd met de juridische dienst van het bedrijf. De journalist krijgt het verslag van de vergadering en is evenmin tevreden. “Er werden (bij de RvdJ) zaken verteld door het paleis die niet kloppen.” Hoe kan het ook anders: die medewerkster was niet aanwezig bij het interview.’ We namen contact op met de Raad voor de Journalistiek aangezien er geen uitspraak op de webstek gepubliceerd werd. Pieter Knapen: “Als er geen informatie op de website staat, betekent dit ofwel:

– Er is geen klacht ingediend en dat er dus geen klacht bestaat;

– De klacht is nog in behandeling;

– De klacht onontvankelijk is omdat ze bijvoorbeeld niet gaat over journalistieke beroepsethiek, omdat ze laattijdig is ingediend of omdat de klager geen persoonlijk belang aantoont;

– Er is sprake van een intrekking van de klacht;

– De klacht minnelijk geregeld is.”

In de laatste vier gevallen communiceert de Raad voor de Journalistiek volgens Knapen enkel met de betrokken partijen, in het eerste geval is er geen voorwerp voor welke communicatie dan ook. Het is dus mogelijk dat de klacht minnelijk geregeld is. Aan de informatie van de journalist moet immers niet getwijfeld worden. Een zaak is zeker: Koning Filip zal dringend de Grondwet moeten lezen. Daarin staat dat de vrijheid van meningsuiting gegarandeerd is. Het naleven van dat principe geldt zeker en in de eerste plaats zelfs voor een koning.