Het katholieke museum Ons’ Lieve Heer op Solder in Amsterdam moet waarschijnlijk binnenkort de boeken sluiten. Het kleine museum verliest immers zijn gehele subsidie omdat het niet “inclusief” en “divers” genoeg is.

Ons’ Lieve Heer op Solder doet sedert 1888 dienst als museum. Het is gehuisvest in een oude katholieke ‘schuilkerk’ die in de 17de eeuw gebouwd werd in een grachtenpand. Het museum is afhankelijk van gemeentelijke subsidies, maar ziet deze nu door de neus geboord. Het museum zou immers niet kunnen aantonen dat het genoeg werk maakt van ‘diversiteit’, zo blijkt uit een adviseringsrapport dat bol staat van het politiek correcte taalgebruik.

(Lees verder onder de tweet.)

“Museum heeft te weinig oog voor het onderkennen van vooringenomenheden en blinde vlekken binnen de eigen organisatie”

“Succesvol cultureel diversiteitsbeleid begint volgens de commissie bij inclusief denken en het onderkennen van de vooringenomenheden en blinde vlekken binnen de eigen organisatie. De commissie vindt, afgaande op het ondernemingsplan en het Actieplan Diversiteit en Inclusie, dat Museum Ons’ Lieve Heer op Solder hier wat betreft de personeelssamenstelling te weinig oog voor heeft”, schrijft het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK), dat de subsidies verstrekt.

“Het museum geeft aan dat er een aantal medewerkers in dienst is met een ‘niet-westers georiënteerde achtergrond’. Voor de commissie is niet duidelijk wat daaronder moet worden verstaan. Ook westerse mensen kunnen niet-westers georiënteerd zijn”, luidt het verder.

“De voorzichtige terminologie die het museum op dit punt van de aanvraag bezigt (ook de term bicultureel valt) wekt bij de commissie de indruk dat het museum niet voluit inzet op het werven van mensen van kleur en/of met een totaal andere dan een Nederlandse achtergrond. Het museum geeft alleen aan te streven naar een team dat de stad weerspiegelt, het wervingsbeleid bij te stellen en via andere kanalen te gaan werven”, besluit AFK. “De commissie vindt dat de voornemens ten aanzien van de diversiteit van personeel en toezicht overtuigingskracht en concreetheid missen.”