Wouter Beke (CD&V) heeft vandaag met succes zijn positie als Vlaams minister van Welzijn verdedigd in de coronacommissie. Waarnemers voorspelden dat die commissie wel eens het laatste wapenfeit kon zijn van Beke, maar hij hield stand. Mede door oppositiepartijen N-VA en Open Vld, die opvallend mild waren voor Beke. 

De positie van Wouter Beke als minister van Welzijn staat al enkele weken ter discussie. Dat is niet geheel onlogisch, gezien het feit ongeveer twee derde van alle corona-doden in België uit woonzorgcentra kwamen en er regelmatig schrijnende verhalen van die woonzorgcentra aan het licht kwamen. 

Het leek dan ook niet meer de vraag of, maar vooral wanneer Wouter Beke geen minister meer zou zijn. De coronacommissie van maandag 20 juli werd door experts getipt als hét moment waarop het kwartje zou kunnen vallen. Het moment waarop Beke zich zou kunnen verdedigen, maar waarvan vooraf al gezegd werd dat hij daar een vogel voor de kat zou zijn. 

Beke goed voorbereid

Beke was dan ook minutieus voorbereid en legde in het eerste uur tot in de kleinste details uit welke beslissing wanneer, waar en waarom genomen werd. Hij verwees daarbij meermaals ook naar het federale niveau, waar hij van bevoegd minister Maggie De Block (Open Vld) weinig steun kreeg. Toch gaf hij ook toe zelf in de fout te zijn gegaan.

Daarnaast probeerde Beke verschillende keren in te spelen op de emoties van de parlementsleden. Zo vertelde hij verhalen van ouderen in woonzorgcentra die hem smeekten om bepaalde beslissingen te nemen, en benadrukte hij zwaar te hebben geworsteld met bepaalde beslissingen. 

Debat

Na de lange uiteenzetting van Beke was het aan de oppositie om Beke te ondervragen. Vlaams Belang, Groen, sp.a en PVDA spaarden hun kritiek niet. Beke kreeg meermaals het verwijt te horen dat hij overal een stap te laat kwam, te weinig daadkracht toonde en nu de verantwoordelijkheid daarvoor probeert af te schuiven op anderen.

De coalitiepartijen N-VA en Open Vld waren opvallend mild voor Beke, wat er ongetwijfeld ook voor gezorgd heeft dat zijn stoel nooit echt aan het wankelen kwam. Beke beantwoordde de vragen van oppositieleden en gaf af en toe zijn fouten toe. Na ruim vier uur kreeg hij het laatste woord. “Het is heel gemakkelijk om te staan roepen aan de kant. Belangrijker is doen wat er moet gebeuren. En dat is gebeurd.” Conclusie: het vel van Beke is voorlopig gered.