Morgen wordt Philippe Monguillot begraven. Philippe Monguillot (59) was een gewone man. Hij werkte als buschauffeur in de Frans-Baskische stad Bayonne, een taak die hij trouw bleef uitvoeren tijdens het hoogtepunt van de coronacrisis. Monguillot was slechts een jaar verwijderd van zijn pensioen. Hij had met zijn spaarcentjes een mobilhome gekocht om vanaf volgend jaar met zijn vrouw het land rond te trekken.

De avond van 5 juli stapten drie mannen op de bus van Monguillot. Een vierde vervoegde hen later. De buschauffeur was aan zijn laatste rit van de dag bezig. De mannen droegen geen mondmasker en hadden bovendien geen ticket. Monguillot deed wat hij moest doen en zei dat ze de bus moesten verlaten. Daarop vielen de mannen hem aan. Getuigen verklaren dat ze zijn hoofd schopten en sloegen tot hij het bewustzijn verloor.  Zijn gezicht was zwaar door het geweld verminkt, verklaart een getuige. Bij zijn aankomst bleek Monguillot al hersendood.

Monguillot was gehuwd en laat drie dochters na. Op 10 juli liet de jongste, de 18-jarige Marie weten: “Papa is ingeslapen om 17.30”

Wet van Coulter

De politie kon de vier verdachten vrij snel inrekenen, maar de overheid blijft tot vandaag zeer karig met informatie over de identiteit van de betrokkenen. Er werd wel meegeven dat de daders “marginalen” zijn, wier leven getekend is door “alcohol en drugs”, waardoor je het beeld krijgt van dakloze dronkaards, maar er werden geen namen genoemd, geen referenties naar een crimineel verleden en ook hun afkomst bleef dagenlang een mysterie.

De aandachtige lezer mag dan beginnen vermoeden dat de wet van Coulter aan het werk is: hoe langer het duurt eer je iets te weten komt van de daders, hoe groter de kans dat het geen autochtonen zijn. Toen in dezelfde stad enkele maanden geleden een brandbom werd gegooid naar een moskee, kregen we, merkwaardig genoeg, onmiddellijk de naam mee van de betrokkene en van de politieke partij, het Front National, waarvan hij lid was geweest (maar eigenlijk was buitengegooid).

Omerta

Ook op dit moment is er nog steeds geen officiële communicatie over de namen van de daders. Pas nadat de sociale media hadden ontdekt dat de verdachten Mohamed C., Moussa B., Sélim Z. en Mohammed A. heten, doken de namen hier en daar in de pers op. Bij de moord op de Franse vrouwelijke rijkswachter, Mélanie Lemée, eerder deze maand, gold precies dezelfde omerta. Het waren sociale media die uitbrachten dat de dader Yassine heet en een multi-recedivist is.

Kranten klagen graag over ‘fake news’, het meedelen van onjuiste informatie op sociale media. Het bewust achterhouden van juiste informatie is in mijn ogen geen haar beter. Meer zelfs, het stimuleert juist het nepnieuws.

De Franse pers besteedt vandaag aandacht aan het feit dat, naast alle correcte onthullingen, ook de foto van een onschuldige werd verspreid. Die hypocrisie is ergerlijk: dit soort situaties zou uiteraard niet ontstaan indien overheid en media zelf volledige en correcte informatie zouden verschaffen en de zoektocht naar de waarheid niet zouden overlaten aan de burger en de sociale media. Wie censuur zaait, oogst speculatie. Waarom konden we bijvoorbeeld enkel via dwarse opiniesites als Valeurs Actuelles, te weten komen dat één van de betrokken illegaal in het land verblijft? 

Enkele dagen na de aanval op Monguillot, organiseerden zijn echtgenote en dochters een witte mars. De pers hielp niet met de mobilisatie. Er kwamen geen sympathiebetuigingen van Franse vedetten op Twitter.  Er liepen geen politici op de eerste rij. Toch gingen 6000 mensen de straat op om aandacht te vragen voor de barbaarse moord op Philippe Monguillot. Het werd een serene, waardige optocht. Geen geschreeuw, geen rellen, geen plunderingen. De term “marche blanche” had uiteraard geen raciale connotatie, maar het viel vrije zender TVL op dat de samenstelling van de optocht “opvallend homogeen” was.

Traoré

De zwakke interesse van pers en politiek voor de dood van Monguillot contrasteert fel met de jarenlange obsessie over de zaak Traoré. Ik aarzel met de vergelijking, want Adama Traoré was een crimineel en werd ook niet vermoord.  In 2016 stierf hij in een Franse politiewagen. De zwarte man, die reeds een paar keer was veroordeeld, was opnieuw opgepakt op beschuldiging van afpersing met geweld. Hoewel het onderzoek uitwees dat zijn dood het gevolg was van hartfalen en twee van de drie betrokken agenten van Antilliaanse afkomst zijn,  blijven boze actiegroepen beweren dat hij het slachtoffer werd van racistische politiegeweld. De zaak beroert Frankrijk al jaren. Eergisteren werd er nog maar eens betoogd.  Nog in juni verwees president Macron naar de zaak om een onderzoek naar politiegeweld te bevelen. In Parijs werd vorige mand een muurfresco van Traoré en George Floyd ingehuldigd. Zelfs zijn zus heeft al haar eigen muurschildering.

Morgen wordt Philippe Monguillot begraven. En met hem de schaarse aandacht die zijn tragische dood kreeg bij media en politiek. Er komen geen muurschilderingen voor de man, geen knieval van sportvedetten en geen politieke zoektocht naar de structurele oorzaken van de brutale moord op een brave burger. Het publieke debat in deze samenleving is ernstig ziek.

Jurgen Ceder