Vandaag troffen de Hongaarse en Georgische ministers van Buitenlandse Zaken elkaar in Tbilisi. Hier sprak de Hongaarse minister, Péter Szijjártó, vol lof over Georgië. Volgens hem is het land van toegevoegde waarde voor zowel de EU, als voor de NAVO. Ook is Szijjártó zeer te spreken over de onderlinge verhouding tussen de beide landen. Zo liet Georgië de Hongaren een monument bouwen voor Hongaarse krijgsgevangenen.

Volgens de Hongaarse buitenlandminister zal er na het coronavirus een nieuwe machtsbalans in de wereld ontstaan. Als gevolg hiervan heeft de Europese Unie veel bondgenoten nodig, zo meent Szijjártó. Alle lof die vervolgens aan Georgië wordt toegezongen, lijkt hierbij te suggereren dat het Kaukasusland de eerste keuze is van Hongarije. Volgens Szijjártó is het Oostelijk Partnerschap – een EU-programma waarin Georgië meedoet – een van de belangrijkste samenwerkingsverbanden. De Hongaren lijken hierbij alleen verder te willen gaan om Georgië nog verder te integreren. Over EU-lidmaatschap is desondanks niet gesproken, maar over NAVO-lidmaatschap wel. Szijjártó is dan ook van mening dat Georgië ‘het verdiend’ om lid te worden van de alliantie.

(Lees verder onder de tweet)

Szijjártó tevreden met samenwerking

Buiten alle internationale organisaties om, zijn de onderlinge verhoudingen tussen de twee landen goed. Tijdens de coronacrisis werkten Hongarije en Georgië samen en exporteerde Hongarije medisch materiaal naar de Georgiërs. Ook is er recent een kredietlijn geopend om de handel tussen beide landen te versterken. Als laatste willen de landen ook de culturele en educatieve banden versterken. De landen zullen in de toekomst daarom samenwerken in het hoger onderwijs. Een belangrijk symbool voor Hongarije is het monument dat Boedapest mocht bouwen in Georgië. In de Tweede Wereldoorlog kwamen 6700 Hongaarse soldaten terecht in Georgische kampen. 500 hiervan stierven daar.