Vanaf 11 juli wordt het dragen van een mondmasker nu ook verplicht in alle winkels. Maar ook tijdens erediensten en bij een bezoek aan bibliotheek, museum, cinema, theater of concert geldt dezelfde verplichting. Over restaurants en cafés wordt voorlopig niks gezegd. Tot nu was er enkel een verplichting dit te dragen op openbaar vervoer.

Premier Wilmès klonk in het parlement donderdagmiddag in de Kamer nog helemaal anders. Ze zei er dat mondmaskers voorlopig enkel sterk aanbevolen zouden blijven. Maar dat standpunt bleek na een electronische Veiligheidsraad niet langer houdbaar en dus werd het geweer van schouder veranderd. Over markten, cafés en restaurants werd voorlopig niets vermeld. Nochtans geldt in bepaalde landen ook hier de verplichting om ze te dragen, minstens bij het binnenkomen en bij het verlaten van je plaats. Definitief lijkt het lijstje dus nog niet.

Van aanbeveling tot verplichting

Bij het begin van de coronacrisis klonk het nog unisono bij experts en politici dat mondmaskers vooral “een vals gevoel van veiligheid” gaven. Nu klinkt het enigszins anders. “Het dragen van een masker blijft altijd sterk aanbevolen in andere situaties”, aldus de premier. Wie de verplichting naast zich neerlegt stelt zich bloot aan zware strafrechtelijke sancties. Enkele dagen terug werd nog geargumenteerd dat het onmogelijk te controleren zou zijn en werd dat als argument tegen de verplichting gebruikt. Het kan verkeren.

Maar om die verplichting af te dwingen zal een Ministerieel Besluit worden opgemaakt. Naar verluidt zou dit ook voorzien in de mogelijkheid om zaken die de regels herhaaldelijk overtreden te sluiten. 

Het gebruik van een mondmasker blijft natuurlijk een aanvullende maatregel en burgers blijven verplicht om ook de andere aanbevolen hygiënemaatregelen te blijven toepassen. De overheid benadrukt dan ook om ook bij het dragen van een mondmaskers de andere gedragsregels te blijven volgen.

Marc Van Ranst geniet van zijn “overwinning”

Marc Van Ranst, die door zijn gedrag eerder al minister Denis Ducarme tegen zich in het harnas had gejaagd, krijgt nu toch zijn zin. Maar dat ligt vooral aan de stevige tussenkomst van de Hoge Gezondheidsdaad van professor Jean Neve, die zich al meermaals kritisch uitsprak tegenover leden van de regering. De Hoge Gezondheidsraad drong aan op een verplichting en toen ook de Wereldgezondheidsorganisatie een bocht maakte, bleven er voor de regeringen wellicht niet veel argumenten over toen ook de GEES-experten het onderwerp opnieuw aankaarten.