Chinese bedrijven maken gebruik van een omstreden arbeidsmarktprogramma voor Oeigoeren om mondmaskers te maken. Volgens critici gaat het om dwangarbeid. Dat schrijft The New York Times. Die mondmaskers werden vervolgens gebruikt in Europa en de Verenigde Staten.

De Oeigoeren zijn een moslimminderheid in de Chinese provincie Xinjiang – ook wel Oost-Turkestan genoemd. De laatste jaren duikt steeds meer bewijs op dat ze onderdrukt worden door de communistische regering in Beijing. Zo worden ze in concentratiekampen gestoken, waar ze veelal worden gesteriliseerd en mishandeld. Volgens de Chinese overheid is dit nodig in de strijd tegen om moslimextremisme.

(Lees verder onder de tweet.)

Mondmaskers gemaakt door Oeigoerse arbeiders

Uit onderzoek van The New York Times blijkt dat het aantal bedrijven dat mondmaskers produceert in Xinjiang is gestegen van vier naar 51. Minstens 17 van die bedrijven maken gebruik van een ‘arbeidsoverdrachtprogramma’. Die mondmaskers zijn niet alleen bestemd voor de Chinese markt, maar worden ook uitgevoerd naar Europa en de Verenigde Staten.

De Oeigoerse arbeiders moeten Mandarijn leren en wekelijks trouw zweren aan China. Volgens Chinese staatsmedia is het programma een vorm van armoedebestrijding. Ook de woordvoerder van de Chinese ambassade in de Verenigde Staten zegt tegen The New York Times dat het programma “lokale bewoners helpt om boven de armoede uit te stijgen en een bevredigend leven te leiden door middel van werkgelegenheid”.

Dwangarbeid

Toch lijkt het vaak om dwangarbeid te gaan. Zo moeten quota gehaald worden voor het aantal werknemers dat meedoet aan het programma. Dit betekent dat deelname in veel gevallen onvrijwillig is. Bovendien kunnen straffen opgelegd worden aan diegenen die niet willen meewerken.

“Er zijn deze dwangquota’s die ervoor zorgen dat mensen in het fabriekswerk worden gezet terwijl ze dat niet willen. En dat kan worden beschouwd als dwangarbeid onder het internationale recht”, zegt Amy K. Lehr van Human Rights Initiative van het Center for Strategic and International Studies.