De nationalistische Griekse partij Elliniki Lysi stelt voor om het geboortehuis van Mustafa Kemal Atatürk in Thessaloniki om te vormen tot een genocidemuseum, als reactie op de Turkse beslissing om de Hagia Sophia te veranderen in een moskee. Atatürk is de grondlegger van het moderne Turkije.

Onlangs besloot de Turkse overheid om de Hagia Sophia om te vormen tot een moskee. De laatantieke orthodoxe kathedraal werd na de inname van Constantinopel – het huidige Istanboel – door de Ottomanen al eens omgevormd tot een moskee, waarna het in 1935 onder Mustafa Kemal Atatürk werd veranderd in een museum. 

(Lees verder onder de tweet.)

Reactie op op omvorming Hagia Sophia

De beslissing leidde de afgelopen week tot een storm van internationale verontwaardiging. Het nationalistische Elliniki Lysi stelt nu als reactie voor om het geboortehuis van Atatürk in Thessaloniki om te vormen tot een museum ter herdenking van de slachtoffers van de Pontische Genocide.

Als Griekenland geen inspraak heeft in de omvorming de Hagia Sophia – erkend als UNESCO-werelderfgoed, dan heeft Turkije ook geen inspraak in de omvorming van het geboortehuis van Atatürk, zo luidt de redenering. De kwestie van de voormalige orthodoxe kathedraal ligt extra gevoelig in Griekenland, dat zich als erfgenaam van het Byzantijnse Rijk beschouwt.

Grieken houden Atatürk mede verantwoordelijk voor genocides

Tussen 1914 en 1922 – tijdens de Eerste Wereldoorlog en de Grieks-Turkse Oorlog – kwamen tussen de 750.000 en 900.000 Grieken om bij gedwongen deportaties, bevolkingsuitwisselingen en massamoorden in het toenmalige Ottomaanse Rijk, de voorloper van het huidige Turkije. Turkije heeft steeds betwist dat er sprake was van een genocide.

Tegelijkertijd vonden er ook genocides plaats tegen andere christelijke minderheden in Anatolië, zoals Armeniërs en Assyriërs. In totaal kwamen daarbij ongeveer 3,5 miljoen mensen om het leven. 

Hoewel Atatürk door Turken erg geliefd is als grondlegger van het huidige Turkije – zijn naam betekent dan ook letterlijk ‘Vader van de Turken’, houden de nakomelingen van de christelijke minderheden in Anatolië hem mede verantwoordelijk voor een deel van die doden.

Zo werden in 1923 en 1924 – toen Atatürk al aan de macht was – meer dan 1,2 miljoen Grieken uit Turkije verwijderd als gevolg van het Verdrag van Lausanne. Dat verdrag bepaalde Turken in Griekenland en Grieken in Turkije werden uitgewisseld tussen de twee landen. Daarbij kwamen zo’n 50.000 Grieken om. Die genocides, oorlogen en bevolkingsuitwisselingen zijn tevens de reden waarom er bijvoorbeeld geen Turken meer wonen in Thessaloniki, of Grieken in Izmir.