60 procent van de Franse jihadisten die tussen 1986 en 2006 in het buitenland gingen vechten, pleegde nadien andere terroristische misdrijven. Dat blijkt uit een studie van het Franse Centrum voor Analyse van Terrorisme (CAT), schrijft Le Figaro.

Het Franse Centrum voor Analyse van Terrorisme (CAT) legde de studie over het recidivecijfer van jihadisten uit de periode van 1988 tot 2006 voor aan de Franse Senaat. Het gaat voor alle duidelijkheid niet om aanhangers van Islamitische Staat, maar om deelnemers aan de oorlogen in Afghanistan (1986 tot 2011), Bosnië-Herzegovina (1992 tot 1995) en Irak (2003 tot 2006). 

Meerderheid van jihadisten pleegde later andere terreurdaden

Uit die casussen blijkt alvast een erg hoog recidivecijfer voor de jihadisten. Maar liefst 60 procent van de 166 Franse staatsburgers die aan één van die conflicten deelnamen, pleegde nadien andere terroristische feiten die los stonden van hun reis naar de oorlogsgebieden.

Deelnemers aan de oorlog in Irak hebben het grootste recidivecijfer. Maar liefst 100 procent van de 16 jihadisten die naar Irak trokken, pleegde nadien andere terroristische misdrijven. Voor deelnemers aan de oorlog in Bosnië-Herzegovina is dat ‘slechts’ 39 procent.

Radicaliseren van jongeren

Ook voor de 40 procent die nadien geen terreur pleegde is niet alles rozengeur en maneschijn. Zo bleven ook zij in de meeste gevallen aanhangers van radicale islamistische ideologieën. Veelal speelden zij een rol in het radicaliseren van jongere generaties.

“Tot nu toe hebben internationale studies van alle geïdentificeerde jihadisten over de hele wereld afgesloten met een recidivepercentage van 11 procent. De Franse statistieken zijn nog zorgwekkender”, zegt Jean-Charles Brisard van het CAT.