De forse toename in het aantal corona-besmettingen in Antwerpen is deels te verklaren door de Marokkaanse gemeenschap. Dat wordt bevestigd door arts infectiebestrijding Wim Flipse in Het Laatste Nieuws. Het benoemen van die besmettingshaarden in bepaalde gemeenschappen is taboe, maar wel broodnodig om ze efficiënt aan te pakken, klinkt het. 

Het aantal besmettingen zit al enige tijd opnieuw in de lift. In ons land zou dat voornamelijk te verklaren zijn door zogenaamde ‘hotspots’, steden of regio’s waar de besmettingen opnieuw pieken. Een voorbeeld van zo’n hotspot is de stad Antwerpen, waar vorige week net geen 250 nieuwe besmettingen werden vastgesteld. Veel daarvan zouden uit de Marokkaanse gemeenschap komen. 

Marokkaanse gemeenschap 

“De lijst telt veel Marokkaanse namen, daar is wat op til”, aldus dokter Wim Flipse, als arts infectiebestrijding verbonden aan het Agentschap Zorg & Gezondheid. Volgens hem is dat een sociologisch probleem, en moet dat ook benoemd worden om de bestrijding van het virus gerichter aan te kunnen pakken. “Er is het taalprobleem, waardoor niet iedereen alle richtlijnen even goed mee krijgt. De Marokkaanse gemeenschap heeft een cultuur van grote gezinnen, iedereen zit dichter opeen”, klinkt het. Het is misschien ook de groep die zich niet meteen laat testen.”

Fractieleider voor sp.a in de Antwerpse gemeenteraad, Hicham El Mzairh, bevestigt dat. “Families leven soms met drie generaties samen onder één dag. Grootouders gaan niet naar het rusthuis, er zijn veel kinderen. Besmettingen gaan sneller rond. Hetzelfde gaat trouwens op voor de Turkse en Joodse gemeenschap”, stelt hij. “Een ander verschil met Belgen is dat gezinnen met Marokkaanse roots bijna dagelijks winkelen. Ze zijn voortdurend op pad, terwijl anderen hun inkopen plannen.”

Wijzen op het feit dat er in bepaalde gemeenschappen van buitenlandse origine broeihaarden van covid-19 zijn, lijkt taboe te zijn. Toch is het belangrijk om dat te doen, benadrukt dokter Wim Flipse. “Weten waar het probleem ligt, is de sleutel tot de oplossing. Als we nu bijvoorbeeld weten dat er in de Marokkaanse gemeenschap veel besmettingen zijn, moet je niet in het Nederlands met iedereen gaan communiceren, om maar een voorbeeld te geven.”