Volgens Artsen Zonder Grenzen (AZG) hebben zich tijdens de coronacrisis onmenselijke toestanden afgespeeld in de Belgische woonzorgcentra (WZC’s). Stervende bewoners zouden aan hun lot overgelaten zijn en kregen niet de nodige medische hulp. De organisatie is dan ook de mening toegedaan dat “veel sterfgevallen vermeden hadden kunnen worden”. Dat stelt de organisatie in de conclusies van een 32-pagina’s tellend rapport, dat inmiddels ook aan de diverse overheden werd overhandigd.

Op de website van AZG getuigt Dr. Sofie Spiers over wat ze aantrof: “Ik kwam binnen in de woonzorgcentra en werd overstelpt door emoties. Er was kwaadheid, er was onbegrip, er was verdriet en er was chaos. De mensen wisten absoluut niet wat ze moesten doen. Er was een humanitaire gezondheidscrisis aan de gang en dat in een land als België.”

Opvallend cijfer in de analyse is “dat 64% van deze sterfgevallen zich voordeed onder bewoners van rustoorden voor bejaarden (ROB) en rust -en verzorgingstehuizen (RVT), waarbij de meeste mensen (bijna 4.900) binnen deze woonzorgcentra stierven, soms in erbarmelijke omstandigheden”.

(Lees verder onder de video.)

WZC’s en bewoners overgelaten aan hun lot

Het rapport beschrijft de wantoestanden die zich afspeelden in een aantal WZC’s in Vlaanderen, Brussel en Wallonië waar AZG ter hulp kwam. Dat laat weinig aan de verbeelding over. Heel wat rusthuisbewoners zouden er in eenzaamheid gestorven zijn. Bij gebrek aan medisch beschermingsmateriaal zouden personeelsleden zich genoodzaakt hebben gezien om vuilniszakken te gebruiken in plaats van beschermende medische kledij.

Om meteen met de deur in huis te vallen. Volgens AZG was de prioriteit van de overheid hoofdzakelijk te vermijden dat de ziekenhuizen te zwaar onder druk zouden komen te staan: “De prioriteit lag bij het ten alle koste in stand houden van de ziekenhuiscapaciteit, om het hoofd te kunnen bieden aan de instroom van zwaar zieke patiënten en een Italiaans of Spaans scenario te vermijden.”

Die strategische focus van de overheid had echter volgens AZG een belangrijke negatieve impact op de WZC’s: “Maar intussen werden de bewoners en het personeel van collectieve wooninstellingen zoals woonzorgcentra (maar ook instellingen voor personen met een handicap, enz.) aan hun lot overgelaten. Deze instellingen moesten zichzelf omvormen tot geïmproviseerde ziekenhuizen, maar zonder beschermende uitrusting, zonder medisch en testmateriaal, zonder voldoende verpleegkundig personeel, en zonder kennis over de aanpak van epidemieën in een besloten omgeving.”

Onvoldoende beschermingsmaterialen

Voornaamste probleem dat wordt aangekaart is het schrijnend tekort aan de persoonlijke beschermingsmaterialen: “Op het moment van onze evaluaties had maar 54% van de woonzorgcentra voldoende beschermende schorten; 64% had voldoende FFP2-maskers; in slechts 42% van de woonzorgcentra beschikte het personeel dat verantwoordelijk was voor het wasgoed over correcte PBM.”

Ook bijzonder opmerkelijk is de vaststelling dat tijdens de crisis 30% minder doorverwijzingen gebeurden vanuit de WZC’s naar een ziekenhuis: “Daarnaast was de mogelijkheid beperkt om patiënten in woon- zorgcentra door te verwijzen naar externe medische diensten, vooral dan naar ziekenhuizen. Doorverwijzingen naar ziekenhuizen daalden van 86% vóór de crisis tot 57% tijdens de epidemie. In slechts 70% van de woonzorgcentra die onze teams bezochten, kwam op alle oproepen naar de hulpdiensten (noodnummer 112) de gepaste reactie. Huisartsbezoeken werden gehalveerd ten opzichte van de periode vóór de crisis, en ook dit had een grote invloed op de kwaliteit van de medische zorg voor de bewoners, zowel voor Covid-19-patiënten als voor mensen met andere gezondheidsproblemen.”

Ook op het vlak van de begeleiding van stervende patiënten waren er problemen: “Gewenste zorgtrajecten en wilsverklaringen rond het levenseinde van de bewoner waren slechts in zeven van de tien woonzorgcentra systematisch aanwezig.”

Artsen zonder Grenzen vraagt praktische maatregelen

Op basis van hun analyse pleit Artsen Zonder Grenzen nu vooral voor praktische maatregelen: “Terwijl het leven buiten de woonzorgcentra weer op gang komt, is er geen tijd te verliezen om praktische maatregelen te nemen, op maat van de specifieke behoeften van deze woon- en verblijfplaatsen, hun personeel en hun bewoners. Onze senioren mogen niet opnieuw de prijs voor onze onverschilligheid betalen als het virus weer toeslaat.”