Volgens de bestuurstaalwetgeving moet elke Brusselse gemeente of OCMW een inwoner zowel in het Frans als in het Nederlands kunnen helpen. Uit het jaarverslag van de Brusselse vice-gouverneur blijkt echter dat het naleven van de taalregels een pijnpunt blijft in de hoofdstad. Vooral de gebrekkige kennis van het Nederlands is een probleem, zo bericht stadsmedium BRUZZ.

Uit het verslag van 2019 blijkt dat amper één vijfde van de nieuwe aanwervingen dat jaar volledig in orde was met de taalwet. Normaliter leidt een schending van de taalwetgeving tot een onwettige aanwerving en een schorsing. Geen enkele schorsing leidde in 2019 echter tot een stopzetting van de aanwerving. Ook werden onregelmatigheden vaak getolereerd omdat het ging om contracten van een kortere duur. 

Het is vooral bij de aanwervingen van contractuele werknemers, en niet statutaire, waar het probleem zit. Amper 15,4 procent van contractuele medewerkers kon het juiste taalbrevet voorleggen. In OCMW’s is dat zelfs maar 4,7 procent. Hoewel de hoofdstad officieel een tweetalig statuut heeft, lijkt daar in de praktijk dus maar weinig van aan.” Overal ter wereld zijn gelijkheid én respect een thema vandaag, maar de discriminatie van de Vlaamse Brusselaar en respect voor het Nederlands bij de overheidsdiensten laten diezelfde Vlaams-Brusselse politici Siberisch koud”, reageert Brussels parlementslid Cieltje Van Achter (N-VA). Zij pleit ervoor om de bevoegdheid van de Brusselse vice-gouverneur uit te breiden zodat die onwettige aanwervingen ook kan vernietigen.