Het begrip ‘identity politics’ kan verwarrend zijn voor Europeanen. Bij ons leggen ‘identitaire’ strekkingen de nadruk op het belang van een gezamenlijke, nationale identiteit. Amerikaanse identiteitspolitiek doet precies het omgekeerde. De samenleving wordt verdeeld in een netwerk van identiteiten: de identiteit van Hispanic, ‘native American’ of zwart-Amerikaan, de identiteit van vrouw, de identiteit van homo of transgender,…

Identiteitspolitiek betekent dat er minder wordt gekeken naar je eigen persoonlijkheid, ervaringen, bekwaamheden en gebreken, maar dat wie je bent in belangrijke mate wordt bepaald door de groep waartoe je behoort. Tenzij je een blanke, heteroseksuele man bent, ben je per definitie een slachtoffer, mogelijk in meerdere opzichten.

Bounty

N-VA-politica Assita Kanko illustreerde deze week perfect in De Afspraak wat identiteitspolitiek in de praktijk betekent. Via Twitter wordt ze bestookt met afbeeldingen van “Bounty”, de chocoladereep met kokosvulling. Haar critici verwijten haar dat ze wel zwart van buiten is, maar van binnen eigenlijk blank is. Men neemt haar kwalijk dat ze succesvol is en dat ze zich niet wentelt in een slachtofferrol. Daarmee gedraagt ze zich niet zoals de identiteitenideologie van haar verlangt. Kanko is er zich voldoende van bewust dat ze zwart is, maar weigert pertinent zich te laten definiëren door dat ene aspect van haar identiteit.

Presidentskandidaat Joe Biden gaf twee weken gelden een grof voorbeeld van ‘identity politics’ toen hij stelde dat je niet zwart kan zijn als je voor Trump stemt.

De massale protesten, zelfs overwaaiend naar Europa, en de enorme media-aandacht voor de dood van George Floyd zijn een goed voorbeeld van het denkmodel van de identiteitspolitiek. Het eigenlijke debat zou moeten gaan over politiebrutaliteit, maar dat onderwerp werd overschaduwd door het racismeverhaal. De dader was blank, het slachtoffer was zwart en de groepsidenteit van beiden is doorslaggevend in het verhaal.

Er werd zelfs geen moeite gedaan om de racistische motieven van de politieagent aan te tonen. Derek Chauvin is getrouwd met een Aziatische, werkte voor een Latijns-Amerikaanse nachtclub en deed vooral veiligheidsopdrachten bij zwart-Amerikaanse feesten, met zwarten als collega’s (zijn slachtoffer, George Floyd, werkte trouwens voor dezelfde club). Dat maakt hem ongeschikt voor profilering als blanke supremacist, maar toch gebeurde precies dat. Dat is de logica van de identiteitspolitiek. De groepen waartoe beiden behoren bepalen het verhaal, niet hun eigen persoonlijkheid, de feiten of de omstandigheden. Dat twee van de vier betrokken agenten van Aziatische afkomst zijn, zult u ook zelden vermeld zien, want minderheden worden geacht slachtoffer te zijn, niet onderdrukker.

De obsessie over racisme

Identiteitspolitiek zorgt voor drie vicieuze cirkels die een slechte afloop garanderen.

De eerste bestaat erin dat de perceptie van racisme altijd blijft toenemen, ook als het racisme afneemt. Iemand postte op mijn Facebookpagina een artikel van een zwarte, Amerikaanse man die nooit in zijn (blanke) buurt gaat wandelen zonder zijn dochters. Anders wordt hij bekeken als een bedreiging, zegt hij. Het merkwaardige aan zijn relaas is dat hij geen enkel voorbeeld geeft van een daadwerkelijke racistische bejegening. Hij denkt dat iedereen hem scheef bekijkt. Maar is dat ook zo? Is de Amerikaanse samenleving echt zo racistisch?

Volgens de identiteitspolitiek is het antwoord altijd en onvermijdelijk: ja. Wat de blanke Amerikaan ook probeert, het zal nooit genoeg zijn. Ondanks een dubbele verkiezing van een zwarte president, decennia van ‘affirmative action’ en een publieke cultuur die racisme als uitzonderlijk verachtelijk beschouwt, is de zwarte woede nog nooit zo groot geweest. Martin Luther King had veel meer redenen voor boosheid, maar hield het protest vreedzaam.

Er is geen uitweg uit die spiraal. Identiteitspolitiek leidt tot een obsessie over racisme. Als er geen zichtbare, manifeste discriminatie meer is, wordt er verwezen naar “onzichtbaar ” of “structureel” racisme. En als het heden niet meer fout is, zal het verleden altijd fout blijven. En daar geraken we nooit meer van af. Zoals wij eeuwig verantwoording moeten afleggen voor het kolonialisme (zie afgelopen week), blijft blank Amerika de erfzonde torsen van de slavernij. Het debat over geldelijke vergoeding van blanken aan zwarten is actueler dan ooit.

Er bestaat uiteraard nog racisme in Amerika, maar het is gemarginaliseerd. De VS zijn al lang niet meer het land van de segregatie en Jim Crow-wetten. Dat geldt ook voor de politie, waarin zwarten trouwens sterk vertegenwoordigd zijn. “Er zijn racistische politieagenten in een samenleving van 330 miljoen mensen,” schrijft de zwarte voormalige burgerrechtencommissaris Peter Kirsanow, “maar het Amerika van 2020 is niet langer Selma in 1965” (een verwijzing naar het brutaal uiteenslaan van een zwarte mars voor burgerrechten door de politie). Hij legt in het artikel trouwens haarfijn uit waarom het wijdverbreide idee dat onschuldige zwarten worden belaagd door blanke politieagenten en burgers al lang een mythe is.

De gevangen zwarte gemeenschap

De tweede negatieve spiraal is het opsluiten van de zwarte gemeenschap in een gevangenis van slachtofferschap. Ook Kanko verwees naar dat gegeven. Ze ergerde zich aan de verwachting dat zwarte mensen niet ambitieus mogen zijn en voegde er aan toe: “Als dat zo determinerend is, dan kan je niets meer realiseren.”

Ze zegt daarmee kernachtig hetzelfde als zwarte intellectuelen zoals Shelby Steele en Thomas Sowell: de cultus van zwart slachtofferschap zorgt er voor dat zwarten op vele gebieden achterblijven, in het bijzonder op gebied van geld en opleiding (de best scorende groep inzake studieprestaties zijn trouwens de Aziaten, niet de blanken, wat veel zegt over de mythe dat blanke suprematie Amerika regeert). Als je denkt dat je toch geen kans hebt in een door en door racistische samenleving, is het verleidelijk niet te proberen of niet door te zetten. In de plaats daarvan kan je de schuld afschuiven op een vijandig systeem.

Die vijandigheid tegen de samenleving is het logische gevolg van identiteitspolitiek en slachtoffercultus. Ze heeft één bijzonder kwalijke bijwerking: de betrokkenheid bij misdaad ligt veel hoger bij zwarte Amerikanen. Zwarten vormen 12 procent van de bevolking, maar plegen 32 procent van de diefstallen en 41 procent van de geweldsmisdrijven.

En daarmee kom ik terug op het verhaal van de zwarte man die denkt dat blanken hem wantrouwen. Waarschijnlijk heeft hij af en toe gelijk. Maar dat heeft weinig te maken met blank superioriteitsdenken. De grote meerderheid van de zwarte Amerikanen zijn niet betrokken bij misdrijven, maar dragen wel mee de gevolgen van het gedrag van een minderheid. Ook dat maakt deel uit van de vicieuze cirkel.

De blanke reactie

De identiteitspolitiek heeft nog een derde effect en dat wordt meestal onderschat. Je bent naïef als je denkt de samenleving te kunnen opdelen in identiteiten en die aan te zetten tot systematische vijandigheid tegen één groep zonder dat in die groep vroeg of laat ook een mobilisatie plaatsvindt. Op De Afspraak zei politicoloog Fouad Gandoul deze week dat de verkiezing van Trump te verklaren is als een racistische reactie op de vorige, zwarte president. Hij vergist zich: de reactie van de Amerikanen op de eerste verkiezing van Obama was een tweede verkiezing van Obama. Maar het is zeker zo dat de excessen van identiteitspolitiek en politieke correctheid (‘wokeness’ heet de recente, meer extreme verschijningsvorm) blank Amerika politiek steeds meer beginnen beroeren. Het fenomeen alt-right is daar een symptoom van.

Politiek en media leven in een echokamer waar iedereen mekaar gelijk geeft. Het is in dat opzicht bij ons niet anders dan in de VS: pers en politiek brengen de tragische dood van George Floyd als een verhaal van racisme en gaan nu actief op zoek naar tekenen van racisme in onze eigen samenleving. Denk bij ons maar aan de vrije tribune van minister De Croo, de speurtocht van het Laatste Nieuws naar racismeverhalen, de hernieuwde oproepen voor praktijktesten tegen racisme of de geplande inquisitie van Pascal Smet naar racisme bij de brandweer. De gewone burgers ergeren zich intussen aan de overdrijvingen, de eenzijdigheid, de onterechte beschuldigingen. En dan zijn er verkiezingen…

Amerika wordt verscheurd door ‘identity politics’. Die ideeën worden nu actief bij ons geïmporteerd. Veel van wat geldt voor de zwart-Amerikaanse gemeenschap kan van toepassing gemaakt worden op bijvoorbeeld de Maghrebijnen. De cultus van ‘diversiteit’ en een obsessie over racisme zijn er al. Het is geen grote stap meer naar een balkanisering, tribalisering van onze samenleving, waarbij etnische identiteiten ideologisch gestuurd worden naar vijandigheid tegen hun samenleving. Daaruit is geen uitweg mogelijk.