Op de Zevende Dag van 7 juni stelde Landry Mawungu, directeur van het Minderhedenforum, dat de mensen van Afrikaanse afkomst in dit land een hoog opgeleide bevolkingsgroep vormen en zelfs gemiddeld hoger opgeleid zijn dan de Belgische bevolking. Hij haalde dit aan als argument dat zwart-Afrikanen, die meer dan gemiddeld werkloos zijn, eigenlijk gediscrimineerd worden.

De stelling werd dezelfde avond ook voor waarheid aangenomen door VRT-journalist Stijn Vercruysse bij zijn verslaggeving over de betoging van Black Lives Matter in Brussel. Hij verduidelijkte zelfs dat “60 procent van de zwarte gemeenschap in België hoogopgeleid is.” Hij is niet de eerste journalist die die dat cijfer geeft. In België heeft gemiddeld slechts 33 procent van de bevolking een diploma hoger onderwijs, wat zou betekenen dat mensen uit Sub-Sahara Afrika dubbel zo vaak hoger opgeleid zijn. Kloppen deze cijfers?

(Lees verder onder de tweet)

Een geëngageerd onderzoek met veel gebreken

Het idee van een zeer hoog opgeleide groep zwarte Afrikanen (sub-Sahara) in België, die door racisme geen aangepaste betrekking vinden, gaat terug naar een studie van de Koning Boudewijnstichting van 2017. Er zijn heel wat redenen om de cijfers daarin met een zware korrel zout te nemen.

  1. Er moet ten eerste opgemerkt worden dat de Koning Boudewijnstichting geen neutrale wetenschappelijke instelling is, maar een geëngageerde positie inneemt inzake dossiers als migratie en diversiteit, wat de stichting trouwens niet ontkent. Ook in dit geval was het duidelijk dat de opleidingscijfers werden verzameld in het kader van een politiek geladen onderzoek. Het rapport besloot met een oproep naar “inclusiviteit” en het aanpakken van discriminatie inzake werkgelegenheid en huisvesting.
  1. De bevraagden werden niet willekeurig uitgekozen. De gegevens werden verzameld door mensen van Afrikaanse afkomst die zelf op pad werden gestuurd om vrijwilligers te zoeken voor deelname aan het onderzoek. Het rapport gaf toe dat in de praktijk heel wat mensen liever niet wilden meewerken. Uiteraard werden gemakkelijker hoogopgeleiden aangesproken en bereid gevonden om mee te werken. Alleen dit aspect al maakt de studie weinig betekenisvol.
  2. Slechts de helft van de bevraagden haalde het diploma in België. Van de anderen heeft slechts een kleine minderheid een diploma dat in België erkend wordt. Er zijn redenen waarom diploma’s niet als gelijkwaardig erkend worden en ook minder wegen op de arbeidsmarkt.
  3. Drie kwart van de ondervraagden komen uit de ex-kolonies van België (Rwanda, Burundi en Congo). Er bestaat een lange traditie van mensen die vandaar naar België komen met het expliciete doel hier te studeren. De bevraging vond in het Frans plaats, ook in Vlaanderen. Andere, recentere Afrikaanse migranten, zoals uit Somalië en Soedan, spreken meestal geen Frans.
  4. We hebben geen precieze cijfers gevonden voor het opleidingsniveau van mensen van Afrikaanse afkomst in België, maar uit alle cijfers blijkt dat allochtonen gemiddeld veel minder vertegenwoordigd zijn in het hoger onderwijs. Eurostat en VDAB stellen dat 34 procent van de autochtonen een diploma hoger onderwijs hebben, tegen slechts 25 procent voor landen buiten de EU. Ook als bijvoorbeeld Turken en Noord-Afrikanen het op dit punt minder goed doen dan mensen uit zwart Afrika, laten die cijfers niet toe te veronderstellen dat bij de laatste groep een hoger dan gemiddeld onderwijsniveau aanwezig is.

Besluit

Het is zeer onwaarschijnlijk dat mensen afkomstig uit sub-Sahara Afrika een veel hoger dan gemiddeld opleidingsniveau hebben. De methodologie van de studie die dat uitwees is zeer gebrekkig. De wel gekende cijfers geven geen definitief antwoord, maar wijzen duidelijk in een andere richting.