Een vreedzaam protest van vuilnismannen op het Caribische Curaçao ontaardde in een heuse oproer afgelopen woensdag. De opstandelingen eisten dat de minister-president van het eiland, Eugene Rhuggenaath, zou opstappen. Dit is hij alleen niet van plan, hoewel hij wel in gesprek wil met zijn tegenstanders. Tijdens het protest maakten de demonstranten het tot het kabinetsgebouw, waarna ze door de politie werden weggestuurd. De betogers lieten het er niet bij zitten, en vervolgden al plunderend hun weg.

Curaçao krijgt, als onderdeel van het ‘Koninkrijk der Nederlanden’, een eisenpakket voor de lening die ze namen. Deze lening was bedoeld als hulpmiddel in de coronacrisis. Onderdeel van de eisen is dat het eiland het overheidspersoneel moet korten op hun loon. Dit kon alleen rekenen op weinig sympathie. De grootste vakbond van Curaçao, ABVO, stemde tegen de plannen. De betogers gingen een stapje verder.

Plunderingen en brandstichting

De demonstranten die zich naar het kabinetsgebouw begaven, riepen op tot ontslag van de minister-president. Eenmaal aangekomen bleef het alleen niet bij protest, maar bestormden ze het complex. Door optreden van de oproerpolitie kon een verdere escalatie worden voorkomen. Het resultaat was desondanks dat het protest zich voortzette in het centrum van de hoofdstad: Willemstad.

Bij de oproer in de binnenstad werd er veel schade aangericht. Uit beelden blijkt dat de demonstranten bijvoorbeeld een politieauto omver duwden. Ook plunderden de demonstranten meerdere winkels en gingen er enkele auto’s in lichterlaaie op. De brandweer had zijn handen vol om het vuur overal te blussen. Het eiland ging daarom ook over tot het invoeren van een avondklok. Vooralsnog meent de premier dat de politie het nog aankan. Hulp van het Nederlandse leger is daarom nog niet nodig.