Gisteren was het exact 31 jaar geleden dat de Chinese Communistische Partij het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede – het Tiananmenplein – in Beijing bloedig neersloeg. Ondanks een protestverbod kwamen gisteren duizenden mensen op straat in Hongkong om het bloedbad te herdenken.

Op 4 juni 1989 werd het studentenprotest op het Tiananmenplein in Beijing gewapenderhand uiteengedreven. De studenten vroegen onder meer om meer democratie en vrijheid van meningsuiting. De schattingen over het dodental lopen uiteen: van honderden tot duizenden. De Chinese overheid heeft nooit een officieel dodental vrijgegeven. Het openlijk bespreken van de gebeurtenissen is in China verboden. 

Herdenking bloedbad Tiananmenplein in Hongkong

In Hongkong, dat relatief vrij is tegenover de rest van China en waar veel van de overlevenden naartoe vluchtten, werd gisteren een wake gehouden met duizenden aanwezigen. De betoging was desalniettemin verboden door de politie. De betogers vrezen dat de Chinese Communistische Partij ook de Hongkongse vrijheden wil inperken.

De Amerikaanse regering gaf gisteren een verklaring waarin gezegd werd dat het bloedbad niet vergeten is. “De slachting van ongewapende Chinese burgers door de Chinese Communistische Partij was een tragedie die niet zal worden vergeten”, zei Kayleigh McEnany, woordvoerster van president Donald Trump (Rep.).

“De Verenigde Staten roepen China op om de nagedachtenis aan de doden te eren en een volledige verantwoording af te leggen van degenen die zijn gedood, opgesloten of vermist in verband met de gebeurtenissen rond het bloedbad op het Tiananmenplein op 4 juni 1989”, klinkt het.