De ‘zuinige vier’ – Oostenrijk, Denemarken, Nederland en Zweden – hebben ernstige bedenkingen bij het Frans-Duitse coronaherstelplan dat deze week werd voorgesteld.

Het werd voorgesteld als een historische draai van bondskanselier Angela Merkel (CDU): Frankrijk en Duitsland besloten de meningsverschillen te overbruggen en stelden een coronaherstelfonds van 500 miljard euro voor. In het verleden was Duitsland eerder terughoudend ten opzichte van dergelijke plannen.

(Lees verder onder de tweet.)

Coronaherstelplan zou voor transfers zorgen

De ‘zuinige vier’ – Oostenrijk, Denemarken, Nederland en Zweden -kondigden echter aan zich tegen het plan te verzetten. Vooral het idee van gemeenschappelijke EU-leningen, om subsidies te geven aan regio’s die zwaar getroffen zijn door het coronavirus, stuit op verzet. Het viertal pleit voor een strakkere begrotingsdiscipline en lagere uitgaven. 

De vier landen – met Oostenrijk voorop – wijzen op het feit dat het geleende geld moet worden terugbetaald. Aangezien de leningen volgens het plan door de EU als geheel afgesloten worden, zouden het vooral de rijkere landen zijn die uiteindelijk moeten betalen. Het viertal wil daarentegen dat de landen die de subsidies ontvangen ook instaan voor de terugbetaling van de leningen. Ook willen ze dat de ontvangers structurele hervormingen doorvoeren om hun economieën veerkrachtiger te maken.

Er klonken ook bedenkingen in sommige Centraal- en Oost-Europese landen. In Zuid-Europa werd dan weer laaiend enthousiast gereageerd op het akkoord. Zij vinden dat ze niet gestraft moeten worden voor een gezondheidscrisis die niet hun schuld is. Deze landen opzadelen met nog meer schulden, zou het herstel enkel bemoeilijken.