Premier Sophie Wilmès (MR) wil de tien partijen die haar volmachtenregering steunen, samenbrengen rond een “regering van grote eenheid”. Dat zegt ze in een interview met De Tijd. Om de zware sociaal-economische gevolgen van de coronacrisis aan te pakken, pleit ze voor een zo breed mogelijke regering.

Wilmès wil daarvoor vertrekken van de tien partijen die haar noodregering volmachten verleenden aan het begin van de coronacrisis. Dat zijn, op PVDA en Vlaams Belang na, alle partijen die zetelen in het federaal parlement. “Gezien de gigantische uitdagingen waar we voor staan, kunnen we het best vertrekken van de groep van tien partijen die ons ondersteunen, de zogenaamde ‘grande union’, en kijken hoe ver we geraken”, redeneert ze. “Ik zeg niet dat het met zijn tienen moet, maar hoe groter de meerderheid, hoe beter.”

Onvoldoende draagvlak voor ingrijpende maatregelen

De zware sociaal-economische gevolgen van de coronacrisis vormen ongetwijfeld het uitgangspunt van de federale formatie. Als eerste punt op de agenda van de onderhandelingen staat het zogenaamd relanceplan. Wilmès en co voerden met dank aan de volmachten al een aantal sociaal-economische maatregelen door, maar voor structurele oplossingen staat de Rooms-blauwe minderheidsregering niet stevig genoeg in haar schoenen. “We zijn een minderheidsregering en beschikken niet over voldoende draagvlak om zulke ingrijpende beslissingen te nemen”, geeft de premier toe.

Deadline voor een nieuwe regering is september. Dan moet Wilmès opnieuw het vertrouwen vragen aan het parlement. Zelf hoopt ze echter dat het niet zover komt. “België heeft nood aan een regering die over een meerderheid in het parlement beschikt. Hoe sneller die er komt, hoe beter”, besluit ze.

Lees ook:

Bouchez (MR) schiet socialistische tandem al af: “Kleine staatsgreep”