“Wij gaan de regeringsvorming in als een partij die haar rug heeft gerecht. Wij gaan onze principes niet inruilen voor posten”, zegt kersvers Kamerfractieleider Vincent Van Quickenborne (Open Vld) in een interview met Het Nieuwsblad. Nu de ‘donkerblauwe’ vleugel opnieuw op de voorgrond treedt, lijken de Vlaamse liberalen niet meer vies van de oppositiebanken.

Van Quickenborne, die ook burgemeester van Kortrijk is, steunde de pas verkozen voorzitter Egbert Lachaert in zijn campagne. De twee worden gerekend tot de ‘donkerblauwe’ zijde of de rechterflank van de partij, tegenover de meer links-liberale kosmopolitische kopstukken als Matthias De Clercq en Bart Tommelein. Dergelijke “etiketten” zijn volgens Van Quickenborne echter niet belangrijk. Het is echter wel duidelijk dat hijzelf en Lachaert de partij een nieuwe koers willen doen varen.

Oppositie

“Wij gaan de regeringsvorming in als een partij die haar rug heeft gerecht”, zegt de nieuwe Kamerfractieleider. “Wij gaan onze principes niet inruilen voor posten.” Daarmee benadrukt hij wat ook Lachaert niet uitsloot in zijn campagne voor het voorzitterschap: de mogelijkheid om oppositie te voeren tegen de volgende federale regering. Komt er een coalitie rond PS en N-VA, dan zouden de Vlaamse liberalen daarin immers mathematisch niet nodig zijn.

“Ik heb geen enkele schrik van de oppositie. Open VLD is zelfbewust en we houden vast aan onze principes”, luidt het nog bij Van Quickenborne. De oppositiebanken zouden voor Lachaert en ‘Quickie’ in ieder geval de ideale plaats zijn om hun donkerblauwe ideologische lijn uiteen te zetten. Zeker als de N-VA, wiens sociaal-economisch programma weinig verschilt van dat van de liberalen, wel deel zou uitmaken van de federale coalitie.