Meer dan ooit toonde deze crisis aan dat élke werkende Vlaming zijn steentje bijdraagt aan onze samenleving, zowel voor als achter de schermen. “Vlamingen voor wie voor deze crisis geen aandacht was, staan vandaag terecht in de schijnwerpers. Laten we hen ook na de coronacrisis eindelijk het beleid geven waar ze recht op hebben,” klinkt het bij Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken. Hij roept op tot enkele concrete bonussen, maar wil ook een weg inslaan voorbij de “oude en valse breuklijnen tussen links en oud rechts.

De coronacrisis heeft ons allemaal gedwongen om op een andere manier te gaan leven. Een groot deel van de bevolking werkt bijvoorbeeld van thuis uit. Dat is, zeker in combinatie met kinderen, niet altijd evident. Toch zijn er onmiskenbaar positieve gevolgen voor zowel werknemer, werkgever als maatschappij. Denk maar aan meer tijd met het gezin, productievere werknemers en minder dichtgeslibde wegen. Het loont voor zowel werkgever, werknemer als overheid dan ook zeker de moeite om de ervaring die is opgedaan door de noodsituatie waarin we nu verkeren, om te buigen in iets positiefs voor de toekomst.

De vergeten Vlamingen van gisteren hebben vandaag voorkomen dat het land volledig in elkaar is gezakt

Maar niet iedereen heeft de kans om thuis te werken. Wie zich vandaag in de mate van het mogelijke buitenshuis begeeft, kan er niet naast kijken: ondanks de lege straten draait onze samenleving nog. In de supermarkten worden de rekken aangevuld, bij de post worden onze brieven en pakjes verwerkt, als we ons huisafval op de stoep zetten wordt dat keurig opgehaald en als we ziek worden, kunnen we terecht in een ziekenhuis. Ondanks de moeilijke situatie en vaak moeilijke omstandigheden, zetten Vlamingen van allerlei komaf dagelijks nog steeds hun beste beentje voor.

Vaak gaat dat om mensen die anders onzichtbaar blijven. Mensen die anders door het beleid vergeten worden. Mensen zoals huishulpassistente Claudine uit Sleidinge, die de gehele crisis door zonder klagen is blijven verder poetsen bij hulpbehoevenden en ouderen. Of verpleegkundige Sofie (23), die op de corona-afdeling van het UZA menig overuur heeft geklopt om zieken te helpen, zonder te klagen of te twijfelen. Vlamingen voor wie vóór deze crisis weinig aandacht was, maar die vandaag terecht in de schijnwerpers komen te staan en die we als partij – bij wijze van symbolische daad – naar aanleiding van 1 mei ook in de bloemetjes hebben gezet.

Maar het moet verder gaan dan symboliek en dank. Deze mensen verdienen meer dan een schouderklopje en zeker al beter dan ministers als vicepremier Alexander De Croo (Open Vld), die deze crisis aangreep om met grote trom een zogenaamde ‘coronapremie’ van 1.000 euro aan te kondigen, om diezelfde premie dan een dikke maand later stilletjes in de coulissen af te voeren. Deze mensen zijn niet geholpen met partijen die grootse gestes doen in het coronatijdperk, maar eens de crisis voorbij is hetzelfde beleid verderzetten. Deze mensen, de werkende Vlamingen, onze mensen, verdienen het dat zij een beleid krijgen waarbij hun noden en zorgen eindelijk op de eerste plaats komen.

We willen concrete hulp aanreiken – zoals een werkpremie en beter betaalde overuren – maar we willen ook een nieuwe weg inslaan voorbij de afgelopen valse breuklijnen tussen links en oud rechts

Vlaams Belang pleit dan ook uitdrukkelijk om zij die zijn blijven werken de beloofde premie van 1.000 euro wél toe te kennen. We willen ook dat de overuren die men in de zorg heeft geklopt door de coronacrisis onbelast uitbetaald kunnen worden. Maar daar mag het niet stoppen. We moeten verder durven denken en deze crisis niet zien als een kleine bocht in een verder ongewijzigd beleid. Deze crisis moeten we beschouwen als kruispunt waar we zonder twijfelen een nieuwe weg inslaan.

We moeten op een andere manier durven gaan denken. De oude schijntegenstellingen tussen links en oud rechts in de prullenmand gooien. Weg met de open grenzen van links omwille van hun geloof in een multiculturele utopie. Weg met het ‘rechts’ dat in feite evenzeer open grenzen bepleit, maar dan omwille van hun dogmatisch geloof in de vrije markt en hunker naar goedkope arbeid. De dupe van beide oude en foute denkwijzen is steeds dezelfde: de werkende Vlaming.

Die werkende Vlaming wordt verplicht garant te staan voor een torenhoge staatsschuld, wordt geconfronteerd met zowat de hoogste belastingdruk ter wereld en krijgt daar in ruil een complex Belgisch politiek bestuur voor waar niemand nog door de bomen het bos ziet. Een bestuur dat uitblinkt in immobilisme en elke verandering onmogelijk blijft maken. Eerste-minister-bij-volmacht Sophie Wilmès legde – onbedoeld – de vinger op de wonde na de kritiek op de waanzinnige persconferentie van de Nationale Veiligheidsraad: “Qua vorm kon het beter, het moment ook. Maar dat is hoe het in België werkt.”

Het heeft vooral voor de zoveelste maal aangetoond dat België niet werkt. Als het de voorzitters van de Vlaamse partijen menens is hun eigen mensen niet te vergeten, dan moeten ze zich ook na deze crisis durven bezinnen over de vraag hoe wij als politiek het meest kunnen betekenen voor onze mensen. Bij wijze van antwoord stuur ik hen met veel plezier het programma van het Vlaams Belang op.

Vandaag, op 1 mei, gaat mijn oprechte dank uit naar al wie mee onze samenleving draaiende heeft gehouden. Op 2 mei ga ik verder werken om hen eindelijk het beleid te geven dat ze verdienen.