Mondmaskertjes voor wie China goed gezind is, dreigementen voor landen die kritiek uiten. China is opnieuw volledig op dreef na zijn coronacrisis. Het communistisch land is ook enorm actief op het wereldtheater. Terwijl de VS China ervan beschuldigd dat het virus uit een labo is ontsnapt, en terwijl China druk oefent op critici zoals Australië, trekken Sinologen aan de alarmbel. Wil China zich profileren als nieuwe wereldleider, en wat voor supermacht wil de communistische dictatuur dan worden? Sinologen Rana Mitter en Nadège Rolland proberen hier antwoord op te geven. In een interview in De Volkskrant geven ze een interessant beeld op China.

De twee topexperts zien zichzelf een beetje als tolken of vertalers van het Chinese beleid en de geopolitieke strategieën van de communistische dictatuur. Rana Mitter is professor geschiedenis en politiek van modern China aan de Universiteit van Oxford. Nadège Rolland is een onderzoeker van de Amerikaanse denktank ‘National Bureau of Asian Research’. Mitter probeert China te analyseren vanuit historisch perspectief, terwijl Rolland politieke geschriften gebruikt. “Er is een duidelijke toename in de interesse voor China en zijn rol in de wereld”, zegt Rana Mitter.

China ‘de grote probleemoplosser’

China wil zichzelf voordoen als de grote probleemoplosser. “De afgelopen drie maanden is de Chinese diplomatie niet erg succesvol geweest. Sommige buitenlandse overheden en instellingen voelden zich onder druk gezet om vriendelijke dingen over China te zeggen. China hoopt dat op die manier mensen gaan geloven dat hun beeld verkeerd was over China. Dat is vrijwel nergens gebeurd, op enkele kleine landen na,” vindt Mitter. Dat het niet echt succesvol was, dat is duidelijk. Japan gaf zo bijvoorbeeld nog niet zo lang geleden geld aan bedrijven om weg te trekken uit China.

De Chinese Communistische Partij is inherent paranoïde volgens de sinologen

“We moeten opletten dat we niet te veel onze eigen ideeën op China projecteren,” waarschuwt Rolland wel, ”Als wij ons in een crisis bevinden, zoeken we uit alle macht naar een oplossing. Maar de Chinese Communistische Partij heeft altijd het gevoel in crisis te zijn, want de partij is inherent paranoïde. De partij gebruikt de coronacrisis vooral als bewijs dat democratie faalt waar de communisten in slagen. Dat was voor de coronacrisis de strategie, dat is tijdens de crisis de strategie en dat zal het ook na de crisis nog zijn.”

China heeft volgens de sinologen een volledig andere gedachtegang dan het Westen. Het Chinese denken is geworteld in de geschiedenis. De communistische leiders gebruiken de ‘honderd jaar nationale vernedering’ van 1839 tot 1949 als excuus voor alles. De communisten vonden dat de Chinese keizer te zwak was tegenover het Westen en Japan, waardoor China een speelbal was. Daarbij komen ook andere traumatische herinneringen, zoals de politieke chaos onder Mao Zedong.

Opgegroeid met angstgevoelens

“Vier generaties leiders zijn opgegroeid met het idee dat het Chinese systeem elk moment omvergeworpen kan worden of op zijn kop kan worden gezet. Dat maakt ze zenuwachtig, nors, prikkelbaar en in zichzelf gekeerd. En dat maakt de Chinese leiders minder in staat om vol vertrouwen naar de wereld te kijken”, aldus Mitter.

Ten slotte besluiten ze nog het volgende. De meeste leiders spreken enkel Chinees en maken geen lange reizen buiten China. Als ze dat dan toch doen, zitten ze in een vijfsterrenhotel zonder contact. Ze hebben dus beperkte inzichten van hoe de wereld buiten China eruit ziet. Daarnaast hebben ze een angstcomplex over vijandige krachten. Ze zijn daarom intern defensief. De westerse liberaal-democratische principes, zijn de gevaarlijkste, waardoor ze zich enorm vijandig opstellen tegenover die principes.

Het hele interview, kunt u hier lezen.