Door het coronavirus zijn er de afgelopen tien weken weinig strafzaken behandeld in Nederland. Door ontoereikende zittingscapaciteit was er in de Nederlandse rechtspraak al een achterstand. Deze achterstand is de afgelopen weken nog eens toegenomen met 13.500 misdrijfzaken en 15.000 overtredingszaken. Het plan van het Openbaar Ministerie is daarom om bepaalde zaken zelf af te handelen. Zodoende moet de achterstand verdwijnen.

In het plan van het Openbaar Ministerie gaat het om eenvoudige strafzaken die een politierechter normaal gesproken zou afhandelen. Voorbeelden hiervan zijn: diefstal, bedreiging of oplichting. Doordat een procureur (‘officier van justitie’) in het beoogde plan de zaak kan overnemen, zullen rechters zich op zwaardere zaken kunnen richten. De overgenomen zaken zullen met een ‘strafbeschikking’ worden opgelost. Verdachten kunnen hierbij geen gevangenisstraf opgelegd krijgen. Ook is het mogelijk dat sommige zaken zullen eindigen in een seponering. De voorwaarde hiervoor is als volgt: “Een zaak kan worden geseponeerd als het gaat om een strafbaar feit dat enige jaren geleden is gepleegd, eenvoudig van aard is, waarin geen slachtoffers zijn, en geen sprake is van recidive.”

(Lees verder onder de tweet)

Openbaar Ministerie straft zwaarder

Volgens het Openbaar Ministerie “staat het voorop dat verdachten, slachtoffers en nabestaanden gebaat zijn bij een snelle en zorgvuldige afhandeling van een zaak…” Critici wijzen er echter op dat aan deze ‘snelle afhandeling’ ook beperkingen zitten. Zo straffen procureurs een stuk strenger dan rechters. Ook resulteert een straf van het Openbaar Ministerie in een strafblad, maar zijn verdachten hier zich niet altijd van bewust. Het meest belangrijke is echter de kritiek dat procureurs onzorgvuldig en nalatig straffen. Hierover is de laatste jaren in Nederland al veel kritiek geweest.