Beste Joël De Ceulaer,

U publiceert elke week in De Morgen een brief, die meestal aan een politicus gericht is. Steevast spreekt u die dan vriendelijk met ‘beste’ aan (wat u overigens niet belet hem daarna stevig op de korrel te nemen). Ik heb echter de indruk dat u tot hiertoe nooit een antwoord hebt ontvangen. De krant heeft er althans nooit gewag van gemaakt. Echt leuk zal u dit wel niet vinden. Wie een brief schrijft, verwacht een reactie en is meestal teleurgesteld wanneer die maar niet komt. Om u deze ontgoocheling te besparen, wil ik deze keer wel eens het nodige doen. Als ik u hiermee voor verzuring behoed, kan dat ook geen kwaad. Het lijkt mij dat Uw pH-gehalte nu al op een behoorlijk laag peil zit.

In uw epistel van zaterdag jongstleden is Theo Francken uw schietschijf. U wrijft hem onder de neus dat zijn N-VA, die zo graag in de regering zou zitten, samen met het VB in de oppositie belandde, toen in de commissie Buitenlandse Zaken van de Kamer tussen groenen, socialisten, liberalen en PVDA-communisten een meerderheid ontstond rond een voorstel om de “kwetsbare jongeren” uit de Griekse vluchtelingenkampen in België te ontvangen. Beide V-partijen stemden tegen, maar werden in de minderheid gesteld door wat u een beetje pathetisch een “coalitie van de menselijkheid” noemde. Dit gaf u niet alleen de kans van een Vivaldi-regering te dromen, maar stelde u ook in de gelegenheid om eens goed met Francken de spot te drijven.

Het zal u misschien verbazen, maar ik gun u dit pleziertje van harte. Ik hoop echter tegelijkertijd dat u mij enige wederkerigheid niet ten kwade zal duiden. Want ik moet u bekennen dat uw brief mij nogal hilarisch overkwam. Hij bevatte alle voorspelbare clichés en verdachtmakingen die stuk voor stuk als een soort mantra in elke linkse argumentatie voorkomen. Zo voorspelbaar dat ik hem eigenlijk zelf had kunnen schrijven.

Het gebruik van de term “coalitie van de menselijkheid”, bijvoorbeeld, spreekt boekdelen over de morele superioriteit waarop links aanspraak meent te mogen maken ten overstaan van andersdenkenden. Die verklaart ook het betuttelend vingertje dat steeds weer opgestoken wordt en de geur van ouderwetse kwezelarij die door deze politiek correcte ideologie wordt verspreid.

Vanzelfsprekend komt in uw opstel het verwijt ‘xenofobie’ voor. Wie had anders verwacht? Ik vrees dat u het bijna automatisch gebruikt telkens dat u de naam van bepaalde mensen of partijen noemt. U staat hier al lang niet meer bij stil en beseft dus ook niet dat u hiermee in het spoor loopt van de manier van denken van de voormalige Sovjet-Unie. Een fobie is namelijk een psychiatrische ziekte en het was in die marxistische heilstaat de gewoonte om politieke dissidenten, andersdenkenden, als geesteszieken te beschouwen en ze in psychiatrische instellingen te laten opsluiten.

Het was ook bijzonder leuk dat u aan Francken de raad gaf zich voor zijn beleid in Lubbeek, de gemeente waarvan hij de burgervader is, te laten inspireren door dat van Brussel. Er waren in de hoofdstad de laatste weken flinke rellen met ‘jongeren’ (zoals ze door de VRT worden genoemd), prestigieuze zaken trekken weg uit het centrum of gaan overkop, zoals nog maar pas het vijfsterrenhotel Métropole op het De Brouckèreplein, maar alles gaat er toch opperbest want er worden overal fietspaden aangelegd. Van tunnelvisie gesproken!

Het is overigens niet alleen in wat u schrijft dat u voorspelbaar bent, maar ook in wat u doodzwijgt. U beleeft duidelijk veel plezier aan de nederlaag van Francken en de V-partijen in de commissie Buitenlandse Zaken. Maar U rept met geen woord over de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat dezelfde Francken enkele dagen eerder in het gelijk stelde in het ophefmakende geding dat tegen hem aangespannen was door een linkse advocate, omdat hij geweigerd had een visum toe te kennen aan een bepaalde Syrische familie. Gans weldenkend België had hier toen verontwaardigd op gereageerd en een fenomenale hetze ontketend. Een activistische rechter had hem zelfs een astronomische dwangsom opgelegd. Het ging zover dat een deurwaarder de inboedel van zijn kabinet was komen opschrijven. Hij hield desondanks voet bij stuk en de linkse advocate beet uiteindelijk in het zand. U vond het blijkbaar niet nodig hier eventjes bij stil te staan.

Mag ik u wat bekennen, Beste Joël? Die selectiviteit is dermate opvallend dat ze minder ergerlijk dan wel komisch overkomt. Doe dus zo verder, want onze kranten brengen in deze coronatijd te weinig artikels die ons een glimlach kunnen ontlokken.

Met vriendelijke groeten

Francis Van den Eynde