Gisterenavond deden er opnieuw beelden van grof geweld tegen politieagenten de ronde op sociale media. Een van de agenten in het filmpje raakte zwaargewond: hij hield een hersenschudding en gebroken neus aan het voorval over. De beelden doen, voorspelbaar, als een lopend vuurtje de ronde op sociale media. Het is voor de meeste mensen dan ook een bijna onwerkelijk zicht: agenten die een verdachte van zware feiten willen arresteren en daarvoor als dank door een volledige buurt belaagd worden.

Spijtig genoeg is dit geen alleenstaand geval van geweld tegen politieagenten. De coronarellen in Anderlecht liggen nog vers in het geheugen, net zoals de beelden uit Sint-Gillis die niet veel later geschoten werden. Het zijn uitschieters van een veel dieper liggend probleem: criminaliteit is op sommige plaatsen in Brussel een dagelijks fenomeen, maar dat mag niet benoemd worden. Wie dat wel durft doen, wordt vanuit een soort misplaatste ‘Bruxellitude’ maar al te vaak weggezet als iemand die het niet goed zou voorhebben met de hoofdstad.

De PS en co hanteren al decennia een wegkijktraditie

De Brusselse beleidslui zelf hebben zich dan ook een wegkijktraditie aangemeten die zijn gelijke niet kent. Het aantal grote en kleine incidenten in de hoofdstad is dan ook een lijst om u tegen te zeggen. De eerste keer dat Brussel geconfronteerd werd met wat toen ‘migrantenrellen’ werden genoemd, was in 1991 in Vorst. Inmiddels bijna 30 jaar geleden, maar de gebeurtenissen van toen konden net zo goed vandaag plaatsgevonden hebben. Een identiteitscontrole van een Marokkaanse tiener, ene Rachid Redouan, leidde toen tot zijn arrestatie voor weerspannigheid. Onder de Maghrebijnse gemeenschap op en rond het Sint-Antoniusplein brak gewelddadig protest uit, waarbij met (straat)stenen, verkeersborden en zelfs molotovcocktails werd gegooid. Men beloofde toen een kordaat plan van aanpak. Vandaag zijn zulke rellen echter zelfs schering en inslag. Maar dankzij sociale media kan het volledige land nu de beelden gadeslaan, net als het buitenland. De imagoschade voor Brussel is zo enorm.

Dag in dag uit worden mensen, ook niet-Brusselaars, nu geconfronteerd met beelden van geweld uit Brussel. Er kan – terecht – gesteld worden dat andere steden, zoals Antwerpen, ook met dit soort geweld te maken krijgen. Maar het is alléén in Brussel waar politici dit soort geweld dan ook nog eens onder de mat vegen in plaats van het te veroordelen. Wie herinnert zich de inmiddels legendarische woorden van Brussels oud-Burgemeester Freddy Thielemans (PS) nog? Nadat er op Brussel op klaarlichte dag met kalasjnikovs werd geschoten, verklaarde de man: “Wat er gebeurd is, is zeker erg. Maar in het geheel genomen is het een fait divers.” Hij werd daarbij geruggensteund door zijn partijgenoot en Molenbeeks burgemeester, de beruchte Philip Moureaux, die het concept van nultolerantie toen bestempelde als een “politieke slogan”. En helaas, zoals de rellen van 1991 net zo goed vandaag konden plaatsgevonden hebben, konden deze verklaringen zo uit de mond van hedendaagse Brusselse linkse politici komen. 

Dus zijn het niet alleen de beelden van het geweld, maar vooral ook de politieke reactie er op, of vooral het uitblijven ervan, die Brussel elke keer opnieuw onherstelbare imagoschade berokkenen. Wie wil nu in een stad wonen of zelfs bezoeken waar geweld wordt goedgepraat? Het staat buiten kijf dat de islamitische aanslagen van 2016, de huidige coronacrisis en de gekende mobiliteitsproblematiek een groot aandeel hebben in de moeilijke omstandigheden waarin onder andere Brusselse zelfstandigen moeten opereren. Maar laten we wel wezen: ook zonder deze uitzonderlijke omstandigheden heeft Brussel bij heel wat niet-Brusselaars een slechte naam: ‘Een plek die men maar beter mijdt, want vuil en gevaarlijk’. Maar waar vooral ook niet veel beterschap op komst is.

Het Brussels imagoprobleem wegwerken doe je door de oorzaken van de onderliggende problemen aan te pakken

Dé uitdaging waar de Brusselse politiek dan ook mee geconfronteerd zal worden de komende jaren is die imagoschade kwijtraken. Dat kan alleen als men het onderliggende probleem bij naam durft noemen en de gefaalde recepten uit het verleden vervangt door nieuwe recepten die wél werken. Men kan daarvoor naar het buitenland kijken. Aan het begin van de jaren ’90 zat ook de Amerikaanse stad New York met een torenhoog criminaliteits- en bijhorend imagoprobleem. De stad stond gekend als vuil en gevaarlijk en kreeg zelfs de koosnaam ‘Fear City’. Maar burgemeester Rudy Giuliani en commissaris William Bratton grepen de koe bij de horens. Ze gingen daarbij uit van de filosofie van de gebrokenruitenrepareren’ en nultolerantie. Er werd tegen kleine vergrijpen flink opgetreden om grotere criminaliteit te vermijden. Vriend en vijand erkennen vandaag dat men in New York met succes het tij heeft gekeerd. Het is dit soort vruchtbare samenwerking tussen politiek en politie die Brussel ook dringend nodig heeft:

  • Een zoveelste rondje zwartepieten toeschuiven naar de politie, zoals de socialistische politici Hilde Sabbe en Els Rochette met hun aangekondigde hoorzittingen gaan doen, zal ons niet vooruit helpen. We moeten in Brussel in de eerste plaats af van het krampachtig zoeken naar beweegredenen en begrip voor de daders van excessief geweld. Zij maken de stad voor iedereen onleefbaar en scheppen een klimaat waarin grote en kleine criminaliteit kunnen woekeren. Zij moeten daarvoor aangepakt worden. Maar in de eerste plaats moeten we eindelijk onze politiemensen op het terrein de nodige politieke ruggensteun te geven. Mensen die dagdagelijks hun eigen leven riskeren om onze veiligheid te garanderen, verdienen het hierin door de politiek te worden aangemoedigd. Vandaag is meestal het omgekeerde waar.
  • Vervolgens is het belangrijk dat  ook justitie volgt. Niets leidt tot meer frustratie dan werk te doen dat niet tot resultaten leidt. Al te vaak worden relschoppers en criminelen opgepakt door politie om vervolgens snel terug te worden vrijgelaten. Dat dit geboefte sneller terug in de eigen buurt is dan de politie, is helaas een boutade die de realiteit perfect illustreert. Het seponeringsbeleid dient plaats te maken voor een vervolgingsbeleid. Straffeloosheid is een van de grootste oorzaken van nieuwe criminaliteit.
  • Verder zal een hervorming van de Brusselse politie waarbij de zes politiezones worden gefusioneerd tot één zone die opereert over het ganse Brusselse Hoofdstedelijk Gewest onder één leiding en volgens één modus operandi zal heel wat obstakels uit de weg ruimen.
  • Ten slotte moet er ook op het politieke vlak één en ander wijzigen. Een minister-voorzitter die bevoegd is voor de coördinatie van het veiligheidsbeleid, is ontoereikend. Er moet een echte Minister van Veiligheid komen, die niet alleen instaat voor de coördinatie, maar die ook zelf de zaken aanstuurt. Een politiek verantwoordelijke die – naar analogie met Giuliani in New York destijds – een plan van aanpak opstelt dat elk taboe uit de weg gaat, en die – in overleg met het hoofd van de politie –  toezicht houdt op het uitvoeren ervan.

Brussel is een stad met veel potentieel, maar als men dat potentieel wil verzilveren, dan moet men de foute recepten uit het verleden eindelijk durven loslaten. Na dertig jaar aanmodderen, verdient Brussel, de Brusselse politie en bovenal de Brusselse bevolking eindelijk verandering. Voor het te laat is.

Bob De Brabandere, Voorzitter Vlaams Belang Brussel en senator

Dominiek Lootens, Fractievoorzitter Vlaams Belang Brussels Parlement